vreugde aanmerkelijk deed vermeerderen was, dat de staking nu meerdere vergaderingen vereischte en vader twee a drie avonden in de week van huis was.
Hooglandts amourette in de Paulus Potterstraat, was voor Nico geen geheim gebleven. Slim en doortrapt als hij was, wist hij elk woord wat hij van zijn maats opving tot zijn ware grootte te herleiden en de jongen was de eerste van het personeel, die tenvolle begreep, waarom niemand minder dan de baas zelf, de rekeningen inde bij mevrouw Laerden.
Hooglandt stuurde hem nog al eens naar de Paulus Potterstraat. Nu eens met een mandje fruit, dan weer met een doos, maar altijd was het financieel succes naar zijn tevredenheid ; in ruil voor hetgeen hij bracht kreeg hij zonder uitzondering een kwartje „voor zijn moeite", van debedaagde keukenmeid.
Oolijke jongen, die altijd een rap antwoord klaar had op iedere vraag, en elke hem gestelde strikvraag met een grapje wist te ontwijken, was hij erg gezien bij het vrouwelijk dienstpersoneel van mevrouw Laerden. Hij voelde zich er niets vreemd en als hij zijn pakje had afgegeven, zette hij zich, altijd ongevraagd, heel knus aan de keukentafel, om moppen te tappen en koffie te drinken.
Stien, de vroolijke keukenmeid, kon alles van hem velen, en lachte om zijn dolste uitvallen. De kamermeid, Eva, die zich, dikwijls met goed succes, nogal airs gaf, had het tegen zijn ongenadigen spot moeten afleggen, en dorst niet meer haegsch te spreken, zoolang hij in de keuken was. WatCaro-lientje, het schellemeisje betrof, om die gaf-ie zich niet de minste moeite, blufte hij tegen Stien, wijl zij zich al meer dan genoeg moeite om hem gaf. Stien had dat nooit willen ge-looven, tot zij ze beiden eens in de gang verraste, terwijl
3