had stof gevreten. Deze drie waren te goeder naam bekende jongens, Zaterdagsavonds op de duivenmarkt en andere avonden op de hoeken van alle mogelijke stegen. Henk was vooral bekend onder de vakgenooten, omdat hij nog nooit bij een patroon had gedaan gekregen zonder dezen bijwijze van wraak een wel-uitgevoerd pak slaag te hebben toegediend. Toch mochten de patroons hem graag, wijl hij bekwaam en niet lui was en nooit dronk. Wanneer hij werk kwam vragen zag hij er altijd even proper uit en was dan de beleefdheid in persoon. Nooit kwamen er klachten, dat hij met dienstmeisjes grapjes had gemaakt of mevrouw uitgescholden, zooals met Frits-de-kaaskop maar al te dikwijls voorkwam. Geen patroon kon hem een half uur verzuim of een enkel brutaal woord verwijten. Maar — als het werk ten einde liep en hij ontslag kreeg, werd het hem altijd te benauwd en moest hij zich uiten.
Menig patroon had zich al aan die strafoefening willen onttrekken door zich eenige weken lang voor hem onzichtbaar te houden. Maar het gaf niets. Zoolang de-mop zijn proletarisch bewustzijn — zoo verklaarde hij die ranselpartijen — geen voldoening had geschonken, had hij rust noch duur. Dan zwierf hij dag aan dag door de stad, bezocht de werken van zijn patroon en wandelde bijwijlen voor diens woning een uurtje op en neer. Soms werd het pak slaag opgehouden voor korten tijd, maar nog nooit was een rechthebbende ervan verschoond gebleven. Was dat akkevietje achter den rug dan had hij gauw vergeven en vergeten en kon men weer „over den jongen loopen” zooals zijn moeder aan de heele dwarsstraat vertelde.
Kees-klare-met-suiker was een heel ander figuur. Hij had iets weg van Nelis Kamphuis, maar was vroolijker dan deze. Hij was ook eenige jaren jonger dan Nelis en een niet 126