Ze vlijde zich tegen hem aan — zette zich op zijn schoot, 'wikkelde haar armen op zijn hals. De pit der petroleumlamp kwijnde, maar ze bemerkten het niet.
Tegen tien uur stond hij op. Vrouw Smikkel was nog niet terug.
— ’tls kil hier! Je moeder blijft lang weg.
— Dan houdt die maid van Scholte haar aan den sanik. Moet jai weg?
— Ja —! ’k Moet haar nog zeggen dat ik vannacht op stap ga.
— Je sal ’t koud hebbe — Joop.
— Maar niet heusch. Ik doe een jekker aan — warm hoor. Nu — dag hoor, Milemeintje — Rosemarijntje, lekker Trijntje.
— Dag boef. Kom je morge?
— "Weet ik niet. In elk geval zie je me gauw weer terug. Complimenten aan moeder en vader. Ik kon niet langer wachten, zeg je maar.
— Nei hè! Ze lachte guitig. Dag Joop, dag lieveling — dag gemeine slechte vent, ouwe getrouwde anarchist.
— Daa-ag!
— Daa-ag!
— Minie!
— Jopie!
122