— Heb ik louter mijn zin doorgedreven, blonde duivel ?
Nu lachten ze beiden.
— We moeten voortstappen, Minie.
Ze zwegen even. Dan trok ze hem schalks aan zijn oor.
— Toch kom je altaid weir op dien Douwe neir. En je
moest eins weite, wat ’n jonge of het voor maisies is----
— Voor zijn zusters is-ie anders opperbest, zei Joop droog. Vanmiddag nog was-ie met haar naar een knusse bijeenkomst waar het nut van combinations metknoopen werd behandeld. Erg leerzaam.
— Soo'n broekie____! Niet Jopie ?
— Weet je nog wel dat je ’m eerst zoon echten jongen vondt ?
— En jai ’m soo'n type van een vrouwenverlaider.
— Voor jou was-ie het toonbeeld van eer en deugd en mannelijkheid.
— Volgens jou was-ie de meist geraffineirde nachtbraker en kroeglooper.
Ze plaagden elkaar en stoeiden als kinderen. Joop dacht geen oogenblik aan Christien en het kwam niet even in Mientjes gedachten dat hij getrouwd was en meer dan tien jaar ouder dan zij. Het was nu al langer dan een maand dat ze met elkaar omgingen als gelieven. Als Joop bij haar was, verzonk heel zijn verleden en heden in het niet — en zag hij zich een jongen man die zijn meisje gevonden heeft. Het zat niet erg diep bij hem; hij kon wel drie, vier dagen doorbrengen zonder naar haar te verlangen. Maar dan, eenmaal weer bij haar, naast haar wandelend in ge-zelligen spotgragen kout, heel haar jong frisch meisje-zijn voelend en wetend van hém, wilde, kon hij de mogelijkheid niet aannemen dat eens, heel spoedig wellicht, hun verhouding een eind zou moeten nemen. Want — al zou 116