lederen ochtend kwam hij nu en eiken dag bleef hij langer. Gertrud knapte intusschen weer op en werd zienderoogen een ander meisje. Bij zijn tweede bezoek was ze behoorlijk gekleed en zat haar haar zoo netjes, alsof ze op het punt stond uit te gaan. Een volgend keer verraste hij haar, toen ze vlijtig aan een handwerkje zat en den ochtend daarna kwam ze hem met vriendelijken groet tegemoet. Toen dacht hij dat het nu het oogenblik was haar te zeggen wat hij met haar vader besproken had. Om zeker te zijn dat ze ongestoord konden praten, wandelde hij met haar de heele kolonie door, naar het bosch van Jung-fernheide.
Hier, stamelend als een jongen die zijn eerste liefde doormaakt, vertelde hij haar, dat hij van haar hield en vroeg hij, of ze zijn vrouw wilde zijn. Dan zou hij haar meenemen naar Holland, naar zijn moeder in Amsterdam en daar met haar trouwen. In die stad zou ze dan nieuwe kennissen en vriendinnen vinden en door haar de meisjes vergeten, die haar verkeerd hadden geleid. Ook zou ze lust in het leven en in werken krijgen en spoedig weer haar jeugd leeren waardeeren. Hij zei nog veel meer, ingegeven door zijn verstand en voortvloeiend uit zijn fantazie en zij luisterde naar hem, onder het wegschoppen van bladeren en het vertrappen van paddestoelen.
Ze antwoordde niet direct. Haar moeder had haar op dit gesprek voorbereid en haar geraden deze kans niet te verschoppen. Ze was nu oud genoeg om op haar eigen beenen te staan, hield ze haar voor en ze moest wel begrijpen, waar dat zwalken en zwerven op den duur toe zouden leiden. Daarom, maar nog méér wijl haar kijk op een man als Max scherp ontwikkeld was, wist Gertrud tevoren wat hij haar te zeggen had.
Echter aarzelde ze met haar antwoord, omdat ze vond dat hij haar totaal verkeerd begreep. Lust in het leven, in pretmaken, had ze genoeg, daarvoor hoefde ze niet te trouwen en heelemaal naar Amsterdam te gaan. Maar, om lust te krijgen in werken, daar bedankte ze voor. Ze had altijd te zeer haar moeder beklaagd en zelfs veracht, om haar eeuwig druk in de weer zijn, dan dat ze er naar verlangen zou, nu zelf huissloof te worden.
Pas op den terugweg naar huis zei ze Max, dat ze zich een paar dagen bedenken moest. Dat verraste hem sterker, dan wanneer ze hem direct toestemmend geantwoord had. Hij meende eruit te moeten begrijpen, dat ze levensernstiger werd en dat waardeerde hij in haar.
Moeder Kunath vroeg niets, doch behandelde hem nu meteen als aanstaanden schoonzoon. Ze vertelde hem hoe het stond met Gertruds uitzet, en zei daarbij jij en jou tegen hem, hetgeen ze tot nog toe niet gedurfd had. Maar dat vond hij niets onaangenaam en zelfs luisterde hij aandachtig naar haar gebabbel, wijl het uitsluitend Gertrud betrof.
9i