Dezen keer meende vader Kunath bizondere redenen te hebben, niet af te wachten tot Gertrud verkoos thuis te komen, maar, haar te zoeken. Zoolang zij het zwervend en luierend leven had geleid van duizenden meisjes als zij, die sinds den vrede niet meer hadden willen werken, had hij daarin berust, om erger te voorkomen. Hij wist dat al te streng optreden veroorzaken kon, dat ze eens voor goed wegbleef, om haar ondergang tegemoet te gaan. Daarom had hij tot nog toe, na elk uitstapje, maar wat voor den vorfh gebromd en haar daarna weer verwend, zooals hij altijd had gedaan. Nu ze echter, door tijdige tusschenkomst van een vreemdeling, van een gevaarlijke ziekte was gered en die man merken liet dat hij gesteld op haar was, geloofde hij deze gelegenheid te moeten benutten, om het meisje voor goed aan dat zwerf-leven te onttrekken.
Den eersten avond vond hij haar niet, noch trof hij een der meisjes, met wie zij soms dagen lang op stap ging. Maar dat had hij ook niet verwacht. Hij gaf het dan ook niet spoedig op en ging er iederen avond op uit, soms met een buurman en dan weer met een meisje, dat de gelegenheden kende, waar Gertrud wel kwam. Hij zwalkte langs de straten der groote, mondaine café’s. Den eenen portier kende hij; de andere liet hem, op zijn verzoek, niettegenstaande zijn sjofel voorkomen, gewillig door en een derde zwichtte voor zijn dreigement, kabaal te schoppen, als hij hem niet liet kijken of zijn dochter binnen zat. Zoo stapte hij vrijmoedig de paleizen aan Kurfürstendamm, Tauentzien-strasse, Potzdammerplatz en Unter den Linden binnen, alsof hij gewoon was, die in den avond te bezoeken. Hij keek elk meisje opmerkzaam aan, alsof hij geloofde dat Gertrud zich in haar vermomd had. En iederen man die er in zijn eentje zat, beschouwde hij met wantrouwen, als verdacht hij hem er van, Gertrud verduisterd te hebben.
Op een dag vertelde moeder Kunath dat Kathe, Gertrud’s vroegere, nu getrouwde vriendin er was geweest en gezegd had, dat ze haar in een danszaal had gezien, in het Lunapark aan Halensee. Toen verpandde Kunath dadelijk zijn gouden horloge, om er een avond door te brengen en Gertrud op zijn gemak te zoeken. Echter dronk hij méér dan zijn vóórnemen en werd hij vertrouwelijker tegen de jonge meisjes dan
87