nog nooit zoo ernstig gekend en zwaar op de hand, als sinds hij voof het eerst over Gertrud had gesproken.
Toen Coen in den voor-avond nog niet thuis was, ging Max naar Berlijn, om hem bij Landauer op te zoeken. Hij vond hen, tegenover elkaar gezeten, in de werkkamer van den auteur. Ze rookten. Toen hij binnen kwam knikten ze hem zwijgend toe en keken dan weer strak voor zich. Max trachtte Coens blik op te vangen, om hem naar Olga te vragen. Maar Haller haalde de schouders op en wenkte naar de slaapkamer.
Een poosje bleef het stil. Dan, drong een zwak kreunen tot hen door. Landauer stond op en ging de kamer uit, met gebogen hoofd.
— Hij heeft haar in een opiumkit gevonden, fluisterde Coen. Een vriend had hem gewaarschuwd dat ze daar was en diè is ook met hem meegegaan.
— Wou ze mee?
— Zij had heelemaal geen wil meer, maar de kerel, bij wien ze zat, heeft hij voor de wereld moeten slaan. Je zou aan zijn handen niet zeggen, dat hij bokser is, wel?
Max glimlachte droefgeestig.
Een voormalig keizerlijk ritmeester, was het. Zijn vriend zei Landauer, dat die kerel wel zes meisjes in de Tauentzienstrasse heeft loopen. Hij kende Olga blijkbaar van vroeger nog en toen ze haar boodschap ging doen, moet hij haar meteen hebben meegenomen, om te gaan dansen. De Charleston is nu de nieuwste besmettelijke ziekte, weet je?
— Is ze dan ineens zoo gek op hem geworden?
— Weet jij het? Landauer wou nooit met haar dansen gaan en dat is haar zeker naar het hoofd geslagen. Hij denkt ook dat die kerel de meisjes lokt met een nieuw bedwelmingsmiddel, dat nog moeilijk te krijgen is en waar ze nog gekker op zijn dan op cocaïne.
— Slaapt ze nu?
Coen haalde de schouders op.
— Het beste is maar dat ze in haar bedwelming verrekt, zei hij hard. Dat is voor haar èn voor hem een uitkomst. Je snapt niet, hoe het mogelijk is dat zoo’n gedegenereerd schepsel op een kerel als Landauer zoo’n invloed uitoefent.
— Misschien houdt hij werkelijk veel van haar.
Coen lachte minachtend.
— Daar, jij óók al. En ik zeg dat, als dat het geval is, men zich dan juist verplicht voelt zoo iets te bedwingen. Dat schepsel is geen genegenheid waard.
Max zweeg. Coen was een goed kameraad en een handig journalist, maar als mensch vond hij hem vrij oppervlakkig. Hij had Mary leeren kennen in die periode, dat voor een jongen élke vrouw een godin is en
84