*— Goed, al is dat zoo, ik ga haar tóch zoeken. Ik heb nu eenmaal niet die moeite voor haar gedaan, om haar nu te laten onder gaan, in de groote stad. Gewoonlijk hecht ik niet aan geschreven gemeenplaatsen, maar wèl geloof ik dat we zeventig maal zeven maal moeten kunnen vergeven. En eigenlijk hééft ze niet eens wat jegens mij misdreven.
— Max, drijf het niet te ver, speel geen Voorzienigheid. Als het iemands lot is onder te gaan, kan een ander hem daar toch niet voor behoeden. En, stel dat je haar vond, wat wou je dan met haar beginnen?
— Bij me nemen en met haar trouwen, als ze wil. Ik zal mijn best doen voor haar te werken en, om haar geest te ontwikkelen.
— Wat een dwaasheid! kreet Mary. Als ze daarop gesteld was, had ze toch wel op je gewacht. Waarschijnlijk zoekt ze juist in het leven iets héél anders, dan jij haar geven kan, of wil.
— Wat kan ze als meisje dan nog méér verlangen, dan een man die van haar houdt en voor haar wil werken? vroeg hij heftig.
Mary schudde het hoofd en ging eten.
— Kom, eet een boterham, Max en laten we er niet langer ovef praten. Dit is Hollandsche kaas.
— Nee, dank je.
— Doe het tóch maar, misschien kom je tot verstandiger gedachten. Kun je je nu volstrekt niet voorstellen dat een meisje als Gertrud net zoo goed een avonturierster kan zijn, als er vele mannen leven, die van een avontuurlijk bestaan houden? Neem nu maar aan, dat ze heelemaal niet gesteld is op een kooitje, waarin jij haar zou willen zetten en liever haar éigen leven leidt.
— Ik zou éérst uit haar eigen mond moeten hooren, dat ze er zoo over denkt, zei hij, halsstarrig.
— Dan zou je haar toch eerst moeten vinden, plaagde ze, goedig.
— Ik vind haar wel, al moet ik een jaar lang in alle hoeken zoeken. En haar vader zei, dat hij wel zoo wat weet, waar ze zich het liefst ophoudt, als ze zoo’n kuur heeft.
— En, stel dat je haar vindt en dat ze bij je wil komen, maar na een week, een maand loopt ze weer weg?
— Dan zoek ik haar opnieuw en neem haar mee naar Holland. Daar zou ze die kuren dan wel afleeren en van een geregeld leven gaan houden.
Molly kwam de kamer binnen en stoof meteen op oom Max toe. Ze begon een uitvoerig verslag te geven van alle spelletjes die ze in de laatste weken had gedaan, wélke ze al kende én welke ze had bijgeleerd en deed hem er eenige voor. Toen kwam er niets meer van een ernstig gesprek en dat was Mary naar den zin. Ze vond dat Max, gedurende den laatsten tijd, sterk veranderd was, en niet in zijn voordeel. Ze had hem
83