— Sauerman! steunde Van der Voorde nu en wees naar een halfgeopende deur.
Onder het uitkrijten van Gertrud’s naam stoof hij die kamer binnen, doch week snel terug. Op den vloer lag Sauerman, bloedend uit een hoofdwond, de hals omstrengeld door een touw. Op en om hem lagen de electrische lichtkroon en verbrijzelde lampjes en schaaltjes; naast hem een omgetrapte stoel.
Bij het bericht van Breebaerts aanval van waanzin, had de hoofdredacteur een poging gedaan, zich aan den lichtkroon op te hangen. Deze was echter, bij zijn sprong van den stoel, tegelijk met hem omlaaggeko-men. Nu kreunde hij van pijn èn om het mislukken van zijn poging.
Van der Voorde kwam als een kat achter Max aangeslopen.
— Ik heb ’t niet gedaan! gilde hij hem plots in het oor.
— Gertrud! joelde Max hem tot antwoord toe.
Dan, beseffend dat zij in dat gebouw niet was, holde hij weer heen, trappen af en gangen door. Er reed juist een vrachtuto voor7 waarop vijf mannen stonden, en twee machine-geweren. Naast den chauffeur zat een man met roode snor, dien Max meende te kennen.
— Heidaar, jullie! schreeuwde Bart Koch, Vierelier en de garden toe. Je hebt tien minuten om je uit de voeten te maken, dat we het gebouw kunnen bezetten. Over acht minuten signaleer ik een bommenwerper.
Hij wees omhoog; er circelden drie vliegmachines in de lucht. Zonder orde of regelmaat holden Vierelier en zijn garden heen, achtervolgd door Max.
BOUWER!
Waarheen hij liep, joelde deze kreet hem tegen. Bouwer? antwoordde hij dan, vragend. Wat ging hem Bouwer aan?
Door zijn beneveld brein kronkelde een straal van geheugen-licht, trachtend het dikke waas, dat zijn hersenen in duister gevangen hield, te doorbreken. Bouwer, ja, Bouwer, dat was een bekende klank, voor zijn ontvankelijkheidsvermogen; dien naam had hij zoo vaak gezegd en nóg vaker gedacht, dat hij zeker wel in zéér nauw verband moest staan tot zijn wezen. Evenals Gertrud.
Juist, Gertrud. BOUWER! gilde hem juist een troep dravende kwajongens toe. Nu ja, Gertrud èn Bouwer, die waren beiden zoek, dat was zoo. Hij zei dat eenige malen achtereen en toen was het hem, of die namen slechts één persoon betroffen.
BOUWER! krijschte een luidspreker.
— Gertrud! grauwde hij, geprikkeld, terug.
428