Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



ten, de straten, gevels en grachtoppervlakten hem weerkaatsten: BOUWER!

Bouwer was dus zoek, memoreerde Max, nèt als Gertrud. Maar, dan kon het niet anders zijn of hij was haar op het spoor en hield zich daarom schuil voor het publiek. Als echter Bouwer Gertrud vond, dan gaf het niets meer, of hij haar ook zocht, dwarrelde door het verward brein van den ijlhoofdige. Nu moest hij dus dubbel zoeken; naar Bouwer, om hem naar Den Haag te sturen en op die manier kwijt te raken en naar Gertrud, om haar voor Bouwer te verschuilen. Maar, waar zou zij zijn?

Weer gromden dof de kanonnen der oorlogsschepen, op ’t IJ. Het geluid werd, als door een sterke echo, weerkaatst door de vestingkanon-nen van de stelling Amsterdam. Max schudde ongeduldig het hoofd. Wat gaf al dat lawaai? Daar vond je haar niet mee. Zoeken, zoeken. . . . maar waar?

Hij geraakte in de straat van het partijgebouw. Ja, daar moést ze zijn, daar en nergens anders. En als ze er niét was, dan kon, ja moest iemand hem inlichten, waar hij haar dan wél vinden kon. Hij had zooveel jaren contributie betaald, dat ze deze kleinigheid wel voor hem mochten overhebben.

Het partijgebouw werd bewaakt door gewapende garden van de partijen-concentratie. Partijgenoot Vierelier, de uitsmijter van het gebouw, liep, een stevige knuppel op den schouder, heen en weer, herkende Max dadelijk.

—    Laat hem maar binnen, beval hij. Als d’r één reden heeft, ’t schurft te hebben aan Bouwer, dan is hij ’t wel.

Max luisterde niet naar hem, wachtte niet af of hem den toegang vergund werd, stormde de gang door en de trap op, onder den kreet:

—    Gertrud!

Elke deur bleek op slot te zijn, niemand opende op zijn kloppen. Onder herhaling van zijn wanhopigen kreet stoof hij de tweede trap op, naar de hoofdredactie. Hier vandaan klonk hem gillend gegrien toe, als onverwacht antwoord.

De deur van het toilet, aan het eind van de gang, stond open. Iemand stond op zijn hoofd in een steenen pot, de ketting van het waterreservoir in de hand, te gillen. Bij Max’ binnenkomen stroomde een watergolf over het hoofd van den gillende, waarop deze, met een ont-menschten krijsch, achterover tuimelde. Max tuurde hem verwezen in het gelaat; wazig herkende hij den onderredacteur Kobus van der Voorde, den jeugdigen vriend van den hoofdredacteur.

—    Sauerman! was het geluid dat hij verstond.

—    Gertrud! gilde hij terug.

4*7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.