Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



dien hij vlak na haar weggaan uitstiet en de kreet van ontzetting, waarmee de verpleegster hem blijkbaar antwoordde. Toen was ze de corridor doorgesneld, zonder acht te geven op de vragen van verpleegsters, die haastig uit verschillende deuren kwamen en in de richting van Kaufmanns kamer snelden.

Bouwer streeelde haar wang, lachte tegen haar. Doch ze lachte niet terug, kneep vreesachtig de oogen dicht, als verwachtte ze een feilen tik op haar gezicht. Als Kaufmann nu eens stierf, dan was dat door haar schuld, kroop haar door het brein; misschien was hij reeds dood. En, als eens bleek dat Willem óók aangetast was, als hij er een éven wild, afstoo-telijk en afschrikwekkend ging uitzien als Kaufmann? Willem óók, haar Willem, waar ze toch wel veel van hield, al flirtte ze nog zoo graag met echte heeren als Fred Boersma. Plots, geleid door een waarschuwend gevoel, deed ze de oogen open, bemerkte dat Bouwer, gedeeltelijk onbewust, naar de zij, de lies tastte; het was, als trokken haar ingewanden samen, van schrik en pijn. Ja, nu voelde ze heel zeker dat zij óók weer pijn had. En nu hij óók? Ze rukte zich overeind.

—    Waarom doe je dat? vroeg ze.

—    Zoo, ben je weer bij je positieve? reageerde hij, als opgelucht. Het is anders nou geen tijd voor ziekegijntjes, want ... O ja, heb jij misschien nog een aspirientje in je tasch?

Ze kon hem niet zoo snel volgen, blikte bij het woord „tasch” er slechts heen. Hij opende deze, kreeg er het verlangde uit, snelde dan naar het telefoontoestel, aan den wand, dat ringelde.

Ik kom! zei hij, na een oogenblik luisteren. Gert, je mag niet ziek worden. Je moet je gereed houden om elk oogenblik mee te gaan, wie weet, misschien wel het land door. Of, we moesten direct naar Den Haag tuffen. Tot straks.

Hij wierp het tabletje in een glas water, dronk dat leeg en ging. Bij het dichtslaan van de deur liet ze zich achterover, op den divan, vallen en huilde. . . . huilde. . .

Het werd rumoeriger in het gebouw. Luid geroep klonk uit gangen, er werd gedraafd, trappen op en af. Uit verschillende kamers klonk tele-foongerinkel.

Suze kwam binnen.

—    Nou, wat scheelt d’r nou aan? vroeg ze, kortaf, schoon niet onvriendelijk.

Ze had Gertrud het „verraad” jegens Max nog niet vergeven, moest vaak aan hem denken en zag dan, voor den geest, weer zijn angstig-verschrikt gezicht, zijn hulpeloos-starende lichtlooze oogen. Maar toch mocht ze haar nog wel, wijl ze een zwakke zuster in haar zag en ze, voor haar dringen in Max’ Teven, voornamelijk hemzelf schuldig vond.

416

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.