krant voor het eerst uitkomen. Twintig groote vracht-auto’s stonden gereed in de hal van en vóór het gebouw en honderden werklooze ver-bonds-leden kwamen zich melden voor den straatverkoop. Linke Gerrit, door Bouwer tot portier aangesteld, rangschikte hen onvermoeid in rijen van vijf, die ze onmiddellijk na de opstelling verbraken, om hem te plagen. Maar, hij voelde zich gelukkig en betreurde het alleen dat Tante Jans niet had willen komen, om te ervaren welk een belangrijke funktie hij innam. Om hem te troosten, knikte Suze hem nu en dan uit een venster op de binnenplaats toe, hem aanmoedigend stand te houden tegen de plagerij van zijn makkers. Ze was er nu eenmaal van overtuigd geraakt, dat er géén middel bestond, hem daar duurzaam van te verlossen.
Onder een luid hoera!-geroep reed de eerste auto, beladen met twintig duizend kranten, de hal uit, omringd en gevolgd door de eerste groep straatverkoopers. Het nummer was extra dik, in zijn dubbel karakter van strijd- en rouw-uitgave en geïllustreerd met caricaturen van de leiders der partijen-concentratie, in vierkleurendruk. Het politiek hoofdartikel, van Bouwer, bevatte, na den openlijken eisch aan het ministerie tot onmiddellijk aftreden, een kort-felle uitdaging aan de partij-leiders van alle richtingen. Het bijblad voor letteren en kunst was geheel in rouwdruk uitgevoerd. Fred. Boersma, de hoofdredacteur van deze rubriek, wijdde eenige kolommen aan het werk en heengaan van den dichter Giel Berends, dien hij de grootste letterkundige figuur van de laatste halve eeuw noemde. In eenige fijn-ironische zinnen memoreerde de redacteur, dat de socialistische gemeente-regeering, die voor de familieleden en vrienden van de wethouders en de handlangers van de Partij zoo gemakkelijk sinecuren wist te creëeren, jaren lang geweigerd had, den zieken en noodlijdenden dichter een gering subsidie te verleenen. Het smartelijk eind van dezen kunstenaar kenmerkte hij als een der meest logische resultaten, van de verkapitaliseerde, socialistische arbeidersbeweging.
De rubriek „Corruptie en Zwendel” bevatte de namen van drie honderd Wethouders, Gedeputeerde Staten, Ministers, Kamerleden, directeuren van gasfabrieken, electrische bedrijven, telefoon- en belasting-bureaux en van verschillende hoofdambtenaren van gemeentelijke, provinciale en rijks-instellingen, die stuk voor stuk waren voorzien van een staatje hunner misgrepen of van hun wanbeheer. Er onder stond gedrukt:
De eerste daad van de nieuwe Nationale Regeering zal zijn, deze
parasieten en misdadigers voor speciale rechtbanken te dagen.
Vlug achtereen reden nu de vracht-auto’s de hal uit, in volle vaart naar de voornaamste provincie-plaatsen, waar provincie- en districts-leiders van het Verbond de distributie der kranten waarnamen. Dan
410