’r zoo eentje op en vertel me dan straks, of het millionnalr-zijn ook niet zijn prettige zijden heeft.
Bouwer deed het, nog steeds zwijgend, om zich eerst aan die onverwachte houding te gewennen. Tot nog toe was het hem vrijwel gelukt, alle Partijgenooten en de meest andere menschen, die hij ontmoette, met één gebaar van zijn groote hand, een enkelen brultoon uit zijn machtige keel te overbluffen. Ook Breebaert, gedurende de weinige malen dat hij met hem in contact was gekomen. Maar, dézen jovialen, met zijn dure sigaren zoo ongewoon royalen, Dikke, kende hij nog niet. Het was ’n pose die de wethouder aannam, dat begreep hij wel, want royaliteit behoorde niet tot zijn deugden. Maar, niettemin, speelde hij die rol uitstekend, hetgeen aantoonde, dat hij er in getraind was. Zijn achting voor den Dikke, als tegenstander waar hij rekening mee moest houden, steeg.
Je had groot gelijk, op dat breede gebaar van Boutelje niet zoo maar in te gaan, zei de wethouder dan, op goed geluk, langs z’n neus weg. Vooral nu je je een kleine rustperiode hebt veroorloofd, met een vriendin die er wezen mag.
— Ik ’n rustperiode? vroeg Bouwer, verwonderd. Wat noem jij dan wel een tijd van ploeteren?
— Rustperiode, in ’n anderen zin des woords. Enfin, ik zei immers al, ze mag er zijn, hoewel.... ’n Paar dagen geleden zag ik je toch in gezelschap van Elly Bogaerts, nietwaar?
Nu grijnsde Bouwer, getroffen door de koddige gedachte dat de Dikke in hem een jager op zijn minnares zag en schaterde het bijna uit, toen hem inviel, dat Elly het nu wel al eens moest zijn met Kaufmann. Drommels, dacht hij meteen door, die had in geen dag of drie opgebeld; was hij er misschien met Bogaerts’ vrouw van door?
Een geboren Van Lennep, maar 'versta me niet verkeerd, voegde de Dikke er geruststellend aan toe. Hij had er geen gedachte van dat anderen evenveel van zijn particulier leven konden weten en wisten, als hij van zijn bekenden. Ik noemde haar maar als voorbeeld, omdat ik wel begrijp dat je soms in die richting denkt. Een vrouw van familie heeft vaak het voordeel van een beetje geldelijk bezit aan haar zij, maar haar voornaamste bruidschat is toch, de introductie voor haar man in kringen waar hij altijd buiten stond. En neem me niet kwalijk, zelfs als eerste minister-president uit de Arbeiderspartij zul je, om allerlei redenen, ook wel eens behoefte voelen aan contact hoogerop.
— Hebt U nu een freule voor me meegebracht of niet? viel Bouwer, die hem eindelijk geheel meende te begrijpen, uit. Als ze dan maar niet die Carla van Kaufmann is: ik lust zijn afdankertjes. . . .
Voelend dat hij zich versprak, kleurde hij als een schooljongen; inderdaad konden ingewijden weten, dat hij Gertrud door middel van Kaufmann van Branders had overgenomen. Meteen hinderde die
402