barstte Bouwer eindelijk los. En hoè het in je kop opkomt, te veronderstellen, dat een verstandig mensch óóit gebruik zou willen maken van jouw correct intellect.... Potverdomme, als ik je dus op een ministers-zetel zou neervlijen, zou je Breebaert met zijn zwendelaars wel, op het zinkend schip, in den steek laten? Maar, wélk departement zou ik jou dan kunnen toevertrouwen? Van de klaploopers en de beentjes-dan-ser essen?
Enfin, vervolgde hij na een poosje, een oprechte vraag, want je zit zoo in de rats dat je wel oprecht moét zijn, is ’n oprecht antwoord waard. Ik doe je dus dit voorstel. Je publiceert in het eerste nummer van mijn nieuwe krant, over een paar dagen, dat je genoeg hebt van het gezwendel en gekonkel in je Partij en gaat, tot na de Verkiezingen, naar Zwitserland. Uit gebrek aan geld hoef je dat niet te laten. Als ik dan den boel voor mekaar heb, geef ik je ’n baantje aan een of ander statistiek bureau, om namen in te vullen of door te halen; dat schijnt toch altijd te moeten gebeuren. Maar dan moet je éérst naar ’n oorspe-cialist, anders maak je de andere klerken maar onnoodig aan ’t lachen. Ik heb nu geen tijd meer.
De meeste andere Partijgrooten, die hem om dezelfde redenen bezochten, blufte hij op gelijke wijze af, zonder ook maar één van hen een bepaalde toezegging te doen. Om Boutelje wond hij zich een oogenblik op, daar deze hem formeel voorstelde, het gansche bureau-apparaat van den Lompensorteerdersbond aan zijn verkiezingsactie dienstig te maken, als hij hem een schriftelijke toezegging gaf, van de benoeming tot minister van Arbeid, indien hij de Verkiezingen won.
Op Breebaerts houding was hij niet voorbereid. De dikke wethouder had door de gemeentelijke recherche Bouwers particulier leven laten nagaan en uit de verschillende liefdesverhoudingen, van den laatsten tijd, verkeerdelijk begrepen, dat Bouwer eigenlijk een Kaufmann-type was en feitelijk leefde voor amoureuse avonturen. Anderzijds was hij genoeg menschenkenner om in te zien, dat de leider niet direct haakte naar het voldoen van materieele lusten doch, verbeeld of gemeend, aan zijn afwisselende voorkeur voor mooie jonge vrouwen iets idealistisch verbond. Hij klopte Bouwer, bij zijn binnenkomen, joviaal op den schouder, zijn gelaat overstraald van den glimlach, die het verlevendigde als hij de jonge, in het burgerlijk leven mislukte, strebers als Bob Bogaerts een kans op een gemakkelijk, goed gesalarieerd baantje beloofde. Op Bouwers verbaasde vraag in de oogen, reageerde hij met een hartelijken hoofdknik, nam toen plaats in den fauteuil van den Ver-bondsleider en hield dezen zijn met gouden letters gemerkten sigarenkoker voor.
— Laat dat kistje van het Verbond nu maar staan, zei hij, welwillend, we mogen het proletariaat niet onnoodig op kosten jagen. Steek
401
26