Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



den meest gewetenloozen exploitant van het primitiefst volkssentiment? Zat hij niet aan één tafel, met hèm èn de echtbrekige echtgenoote van een burgerlijk advocaat, dien hij al eens wegens misbruik van vertrouwen moest wegjagen?

Huichel, zwendel, bedrog, waarheen hij keek. Daar leefde hij nu al jaren in, dat leefde hij nu al jaren mee. Volksverdoeming en geest-exploitatie, als in de tijden van de zwaarste kerkoverheersching. Namen, leuzen, symbolen wisselden af; de vuige huichelarij uit winstbejag bleef voortbestaan, bloeide als ooit tevoren. Berends had het gezegd: een eerlijk kunstenaar kan geen partijmensch zijn, geen massamensch. Maar feitelijk dan, niet één eerlijk mensch, joeg nu door zijn brein. Was hij, Bouwer, soms in één opzicht anders, beter dan een Kaufmann, een Bree-baert, een Averling, een Sauerman? Uit wat bleek dan zijn drang naar verreining, verheffing, die hem in zijn mooie oogenblikken zoo ontroeren deed?

Averling keek hem vragend aan. O, ja, die verwachtte dat hij ook eens iets zei.

—    Ik begrijp je niet, zei hij, eenvoudig, als iets wat hem het eerst inviel.

—    Dat is juist zoo jammer. Konden we maar eens vertrouwelijk praten, om tot een basis van wederzijdsch begrijpen te kómen.

Nu overdekte zijn gelaat de oude glimlach.

Hij óók, dacht hij, tevreden. Ze hooren hun keet kraken.

—    Kom maar eens aan, in de Rembrandtstraat, antwoordde hij, na schijnbaar overlegd te hebben.

—    Wat is er met Sauerman gaande? klonk de stem van den Dikke. Hij liep me zoo even op een holletje voorbij.

Verrast staarde Bouwer in het goedmoedig, blozend gelaat van den welgedaan-uitzienden, bolbuikigen wethouder. Hij moest grijnzen, of hij wou of niet. Nóg een proletariër, van het slag Averling, dacht hij, een die zich door zijn millioenen een positie in de Arbeidersbeweging had verworven. En toch had die joviale dikkerd eens, als plaatsvervangend burgemeester, op stakende arbeiders laten schieten.

Averling drukte zijn partijgenoot correct de hand.

—    Een klein incident, niets van beteekenis, antwoordde hij.

—    Noem jij dat een klein incident? viel de troebele stem van Bou-telje in. Zoo iets noem ik een slag in het aangezicht van het proletariaat. En óók, dat die kwal, mir nichts dir nichts onderredacteur van het par-tijorgaan blijft.

Hij had gezien dat Averling Bouwer aansprak en toen zijn nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen. De fractie-leider nam Breebaert apart, om hem het voorgevallene te vertellen, voor zoo ver hij het zelf begrepen had. De dikke trok een schrander gezicht, alsof hij een voor-

397

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.