Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Ja, ja, half-zachte, jij bent het, snaterde Van Dijlen hem na. Jij bent het, jij. Wat wéét jij, wiè ben je, eigenlijk? Niets! Wat weet jij van de moderne wetenschap? Nog minder dan niets! Wat weet jij van de sterrekunde en de sterrewichelarij ?

—    Niets! joelden de vrienden van den beeldhouwer.

—    Nou hoor je het, nou hoor je, hoe je bij het heele publiek in de gaten loopt! schreeuwde Van Dijlen, zich steeds meer opwindend. Of weet je soms al, dat ze momenteel in twee minuten, drie en twintig seconden om den heelen aardbol radiografeeren? Dat weet je juist niét. O! Hoe lang kan het dus nog duren, of we zijn in vaste verbinding met Mars? Een peulschilletje, man, een kattedrekkie, suffe schaapskop die je bent. En Mars is Mars. Zijn we eenmaal daar, dan bouwen we zenders om alle hemellichamen te bereiken. O, waar blijf je nou?

—    Ja, waar blijf je nou, sloome Hannes? riepen spotstemmen.

—    Ja, zeg op, waar blijf je nou? herhaalde Van Dijlen, die woedender werd, al naar hij Van der Voorde dichter naderde. Laat zijn hand los, Sauerman, dan kan hij me antwoord geven.

—    Ze zitten handjeplak te spelen! riep de beeldhouwer.

—    Gooi die viezerikken de zaal uit! klonk plots uit verschillende monden. Het is hier een café voor fatsoenlijke menschen!

Meer stemmen riepen iets der gelijks. Toen iemand een zinspeling op Van der Voorde’s privé leven maakte, barstte er een luid hoongelach los.

Bouwer en zijn tafelgenooten waren ook opgestaan. Gertrud stond op haar stoel, om het rumoer te overzien.

—    Daar heb je het gedonder gaande, zei Kaufmann, verbitterd. Het was ook wel te voorzien; ze liepen al lang in de gaten.

—    Het heeft er van weg, dat ze hem op een pak slaag gaan traktee-ren, mompelde Bouwer. We laten hem niet aftuigen, wie hij dan ook is.

—    M’n kop er af, als ik me er mee bemoei, antwoordde Kaufmann, grimmig. In den regel loopt de verkeerde de klappen op. Het heugt me nog als de dag van gisteren, toen met dat relletje met rooie Hermans, vijf en twintig jaar terug....

Dolly had eindelijk Boutelje genoeg naar haar zin geplaagd en ging zich weer met Averling bemoeien. Boutelje zette nu voorzichtig zijn voet op een van Carla, die hem met een ruk terug trok. Deze manier van flirten vond ze alles behalve kiesch, in het bijzijn van Averling, die duidelijk blijken gaf een hoogen dunk te hebben van haar artistieke gaven. Toen Van Dijlen snaterend binnen kwam, noodde ze echter de anderen met een lief lachje tot een fluisterend onderhoud, met gebogen hoofden. Ze vreesde dat hij, als hij haar opmerkte, luid-op zou gaan schelden op de jonge teekenaars en porceleinschilderessen, die ze protegeerde. Om het weer goed met haar te maken, vertelde Boutelje met

393

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.