Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Kaufmann moest zich bedwingen geen juichkreet te uiten, zoo verrast was hij door deze sluwe en toch spontane tegemoetkoming. Bijna uitzinnig van vreugd, kneep hij Elly in haar dij. Ze wendde hem rustig het gelaat toe en lachte belovend; Bouwers woorden hadden haar tenvolle overtuigd van zijn invloed. Ze zag zich in gedachten reeds omhangen van den martermantel, dien ze zoo dikwijls in de Kalverstraat bewonderd had, en in mevrouw Breebaerts salon het nieuwtje vertellen, dat Bob door Bouwer teruggeroepen was, voor het vervullen van een verantwoordelijke, hooggesalarieerde funktie.

—    Aannemen! riep Kaufmann met schallende stem.

Nu zijn overwinning nabij was, wou hij op royale wijze uiting aan zijn vreugd geven.

We zullen er toch maar een soupeetje aan vast knoopen, kameraden.

—    Dat zullen we zeker, gaf Bouwer toe, maar niét hier. Ik voor mij heb méér vertrouwen in Van Laer.

Van voor in de zaal drong het geklater van een rappe stem tot hen door. Een kleine, magere man met spichtig gelaat, waarin, achter groote glazen, stekende, bewegelijke oogjes flikkerden, kwam met potsierlijke pasjes aanhuppelen. Hij babbelde onafgebroken door; doch, niet tegen iemand in het bizonder, maar naar het scheen tegen het gansche publiek, zoowel buiten als binnen het café. Daar hij voortdurend het hoofd van links naar rechts bewoog, leek het of hij eiken gast apart een aanklacht in het gezicht slingerde. Zijn stem overschalde de tafelgesprekken en soms zelfs het roepen der kellners.

Niet één der gasten, tot wie hij zich schijnbaar persoonlijk richtte, toonde zich door zijn woorden geraakt. Eerder verwekten zijn verschijning en komische woede vroolijkheid. Om Van Dijlen, of Dijl, zooals hij al jaren algemeen genoemd werd, maakte zich nooit iemand kwaad. Wel werd door velen, die hem reeds lang kenden, verschillend over hem geoordeeld. De meesten noemden hem den „gekken dichter”, zonder dat ze blijken gaven letterkundig werk van hem te kennen of te weten dat het althans bestond. Sommige kunstenaars gaven toe dat hij gek was, doch beweerden tevens dat hij dat zeer goed wist en er mee coquet-teerde. Letterkundigen, die hem van nabij kenden, vertelden dat hij inderdaad eenige boeken had gepubliceerd, doch dat de inhoud slechts de goed-gestyleerde herhaling, in proza of dichtvorm, was van uitheem-sche of oorspronkelijke wetenschappelijke werken, van anderen.

—    Van Dijlen doet zijn intocht, zei Kaufmann. Wat heeft ie het weer druk, vanavond.

—    Van Dijlen? herhaalde Bouwer, opgeruimd. Nou, je vrouw is in de kunst, dus jij kan er méér van weten. Is hij nu wérkelijk een dichter, of gek zonder méér?

39*

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.