het minister-presidentschap, had staan weifelen, of hij hem al dan niet zou aanspreken. En nu kwam de figurant Sauerman, wiens confrater als hoofdredacteur hij binnen een week zou zijn, ook al zijn rol vervullen, in de voornamelijk pantominische klucht, in dit café. Het onafgesproken ontmoeten van zoovelen, die hij spoedig tot het uiterste bevechten zou, beschouwde hij als een voorteeken van zijn overwinning.
In bijna jeugdigen overmoed stond hij op, een glas wijn in de hand, en wenkte den hoofdredacteur dat hij zou komen aanzitten. Een kreet van afgrijzen, door Elly geuit, deed hem zich omwenden, vóór hij zekerheid had dat Sauerman zijn uitnoodiging had opgemerkt.
— Zie je niet wien hij bij zich heeft? vroeg ze. Die viezerik Van der Voorde.
Ze voelde den druk van Kaufmanns knie; een blik in zijn oogen gaf haar de zekerheid, dat ze op dat oogenblik dezelfde gedachten hadden. Sauermans komst in dit café, mét den door een ieder verachten Van der Voorde, was een openlijke uitdaging aan allen die zijn gedrag veroordeelden. Indien hij nu met dien jongen man bij Bouwer kwam zitten en deze hem vriendelijk bejegende, zou dat zonder twijfel nadeel doen aan de sympathie, die de leider reeds vrijwel algemeen van het publiek genoot. Indien hij daar naderhand de gevolgen van ondervinden zou, kon dat dan wel een reden voor hem zijn, zich voor goed af te wenden van allen, ^ie hij nu zoo welwillend behandelde. Ook van haar. En dat mocht ze niet riskeeren; ze hoopte, integendeel, juist, dat Bouwer, zoo-dra Bob ontslagen was, hem weer in genade zou aannemen. Wélke reden Kaufmann kón hebben voor zijn vriendschappelijke houding ten opzichte van Bouwer, was haar weliswaar niet duidelijk, maar ze voelde zich er van overtuigd dat hij er zijn voordeel in zag. Het doel dat hij, door Bob vóór te staan, bij haar beoogde, stond haar weliswaar klaar voor den geest; doch, niettegenstaande haar physieke af keer van hem, had ze zich reeds innerlijk daarnaar geschikt. In ruil voor haar gunst, verwachtte ze dan nu ook van hem, dat hij Sauerman en zijn vriendje uit Bouwers nabijheid zou houden, zonder dat de leider eenigen argwaan van een intrige kreeg.
Elly kreeg dadelijk de bevestiging van haar verwachting, dat Kaufmann volkomen voor die taak berekend was. Na de uitwisseling van hun, zwijgende, wederzijdsche belofte, stond hij op, om den hoofdredacteur luid en vriendelijk te groeten; meteen echter wenkte hij hem dringend, dat hij voorbij zou gaan, zonder op Bouwer acht te geven. Dat was het werk van eenige seconden.
Sauerman, zijn wenk begrijpend, aarzelde niettemin een moment. Nu eerst bemerkend dat Bouwer bij Kaufmann aan tafel zat, voelde hij opeens den drang in zich opwellen, met dezen ronduit te praten over de benarde positie der Arbeidersbeweging, waar het stichten van een
387