intrigante, dacht ze spijtig, natuurlijk ook aanleiding genoeg, om zich de afstootelijke vriendschappelijkheden van haar man te doen welgevallen. En Carla, die zich er van overtuigd hield dat Elly geen onderscheid kon zien tusschen konijn en hermelijn, voelde zich trillen van verontwaardiging bij de gedachte, dat ze Kaufmann zou opwarmen tot het schenken van een duren martermantel. Dat vond ze een onnatuurlijke speculatie op haar afschuw van haar man.
— En daar heb je mijn beste vriend Sauerman ook, viel Kaufmann ietwat spottend, hoewel niet onvriendelijk, uit.
Wat hij voor den onbeteekenenden, onevenwichtigen hoofdredacteur, die zijn leiding van het partijdagblad liet beïnvloeden door zijn persoonlijke neigingen, voelde, was dan ook te definieeren als minachtende vriendschap. Héél den avond voelde hij zich erkentelijk, dat Sauerman Elly’s man naar Den Haag had gestuurd, al had hij, tot op het oogen-blik, ook nog maar weinig resultaat bereikt. In elk geval was hij er in geslaagd, Elly te doen vergeten dat haar naam, Van Lennep, een bezwaar was tegen een nadere vriendschap met hem. Hij had zelfs al drie maal zijn knie tegen de hare gedrukt, zonder dat ze er op zinspeelde, daar niet op gesteld te zijn. Een week geleden zou ze dat nog niet van hem hebben geduld.
— Sauerman? riep Bouwer, vroolijk. Hiér met hem. Dan moet er nieuwe voorraad aanrukken. We zullen af spreken dat er vanavond politieke wapenstilstand heerscht.
Onder den invloed van Gertruds temperament en wereldwijsheid had hij al veel van zijn provinciale degelijkheid en voorzichtigheid laten varen. Nu vooral, in het milieu van het café, voelde hij sterk den drang naar vroolijkheid in zich ontwaken. Daar hij zich steeds meer en meer vrij maakte van de banden die hij zich, in zijn jeugd, had aangelegd met het aanvaarden van het, door hem nooit dan gedeeltelijk begrepen, socialistisch wereld-beginsel en hij tegelijk al sterker verlangen ging voelen, een rol van beteekenis te spelen in de staatkunde van zijn land, drong zich ook meer het besef aan hem op, dat hij moest trachten te stijgen boven alle beuzelachtige verschillen en kleine, persoonlijke, rivaliteiten. De stichting van zijn blad was een noodwendige factor in de groote politiek, die hij dacht te voeren. Maar het succes daarvan vereischte daarom nog geen kleinmoedige vijandschap jegens stumperige figuren als Sauerman, die door menschen als Breebaart naar voren werden geschoven, om de aandacht van de verdekt opgestelde leiders af te leiden. Nu het toeval hen in het café tezamen bracht, wilde hij in het publiek toonen, dat hij zich kon verheffen boven het alledaagsche. Met Gertrud naast zich, een flesch goede wijn op tafel, een geurige sigaar in den mond, ging hij steeds meer schik krijgen, in zijn gelukkige situatie. Hij had bemerkt dat Averling, zijn meest happige mededinger naar
386