te veel van om de zaak nu nog te verdoezelen, en het publiek is wantrouwend. Reken maar dat de onhandigen onder de zwendelaars bij bosjes de kast invliegen.
— En als wij den slag winnen? vroeg Kaufmann, loerend
— Dan komt er absoluut groote schoonmaak, onder de kolen en geiten het éérst.
Kaufmann trok onverschillig de schouders op.
— Waarom zou ik me er eigenlijk druk om maken? Ik waarschuw niémand. Éérstens weet je toch niet, hoe ze het opvatten en tweedens, weet ik waar ikzèlf voor kan komen te staan? Ieder voor zich.
De groote zaal van American was ,als bijna altijd, nagenoeg vol gasten. Naar zijn gewoonte liep Kaufmann de anderen vooruit, met aanmatigende houding en keek alle vrouwen zinnelijk-brutaal in het gezicht. Hij trachtte hier en daar een gesprek op te vangen en tuurde intusschen rond, naar een vrije tafel voor zijn gezelschap. De meeste gasten kenden hem, wezen hem na, of toonden hem een minachtend gezicht. Bouwer verwekte meer gemeende belangstelling, door zijn groote gestalte en het mooie meisje, dat bij hem liep. Gertrud ving menigen bewonderenden blik op en beantwoordde dien met een coquet lachje. Gefluisterde zinspelingen op het geval-Branders gingen van tafel naar tafel.
— O, wat is het hiér gezellig! riep Gertrud kinderlijk.
— Daar zit mijn vrouw óók, zei Kaufmann opeens, zich tot de anderen omkeerend.
Hij knikte haar ironisch toe, maar wendde dan verstoord den blik af.
Nou, wat zeg je er van? Ze zit er met Boutelje. Wat ze aan dien boomenidioot ziet, weet ik niet. Dat is er óók al een, die zich verbeeldt dat ie minister wordt. Laatst zei ze nog tegen mij dat ie naar vodden stinkt en nu gaat ze met hem uit. Wat hééft die snuffieslooper met andermans vrouw uit te gaan? Dat vraag ik nou maar. Niet omdat het mijn vrouw is, maar zélf is ie veel te groot stuk wangunst om een ander een pleziertje te gunnen; hij valt net zoo lief dood, die schoonheids-proleet, dan dat ie een ander profiteeren laat.
Elly en Gertrud lachten tegen elkaar, om die uiting van verontwaardiging; Bouwer, ook geamuseerd, keek in de richting die Kaufmann nu den rug toekeerde. Tot zijn verwondering stond Boutelje op en groette beleefd; sedert hij den partijvoorzitter geen portefeuille in zijn eventueel ministerie had willen toezeggen, had deze hem genegeerd. Elly, die Boutelje’s groet voornamelijk voor zich bestemd achtte, knikte koel terug; ze vond het weinig kiesch van hem, dat hij met Carla uit ging, kort nadat hij, zij het tevergeefs, haar het hof had gemaakt. Gertrud herinnerde zich hem als een de partijgrooten, dien Max veel respect had betoond, om den grooten invloed die hij op het uitdeelen van baantjes
381