— Wie is ze? vroeg Bouwer, lakoniek.
— Elly Bogaerts. Ik dacht dat je haar kende.
— Zij de vrouw van mijn weggejaagden secretaris? vroeg hij, verwonderd. Het is haast niet te gelooven, maar dan had hij een beteren smaak dan zij.
— Heb je het ook in de gaten? meesmuilde Kaufmann, grijnzend.
Hij haalde zijn sigarenétui te voorrschijn.
Rooken?
— Ja, graag. Waar zit dat brok onnut van een Bogaerts tegenwoordig? Heeft Sauerman hem al de laan uit gestuurd?
— Nog niet, maar lang maakt hij het niet meer. Sauerman heeft hem vandaag naar Den Haag gestuurd, als kamerverslaggever. Niets voor hem, natuurlijk.
Bouwer floot schel.
— Ze is wèl zoo knap als Mea en méér vrouw, merkte hij op, alsof dat verband hield met wat Kaufmann had gezegd. Wéét hij dat jij intusschen zijn vrouw chaperonneert?
— Misschien wèl, misschien niét. Zij rekent er zoo’n beetje op, dat ik hem aan een ander baantje help, als ie wordt weggestuurd, zei hij leep. Misschien weet jij iets? Als de ééne hand. . . .
— De andere helft ken ik al, viel Bouwer droog in. We zullen zien. Is er intusschen al iets uitgelekt van de bijeenkomst der fractie-voor-zitters?
— Bij mijn weten niet. Averling kwam gisteravond pas heel laat bij Elly en heeft alleen met den Dikke gefluisterd. Tegenover ons heeft hij geen woord uitgelaten. Zit je er een beetje over in, dat de gecombineerde lijsten met de Roomschen voor elkaar komen? vroeg hij, loerend.
— Ze mogen voor mijn part zooveel combineeren als ze willen, antwoordde de leider, minachtend. Maar daar ging het op die bijeenkomst immers niet over. Hou jij je nu tegenover mij van den domme, of weet je wérkelijk niet, dat ze héél andere zaken verhandeld hebben? Is het je soms ook niet bekend, dat de ministers volledig aanwezig waren?
— Weet je dat zéker? riep Kaufmann, verrast. Zie je, daar zit dat dik stuk mirakel weer achter; die stookt Averling op, ons overal buiten te houden. Stel je voor, dat ze stiekum een algemeene regeeringscoalitie in elkaar zetten? Dan kan jij wel met je heele actie naar zolder trekken.
— Zoover is het nog niet, zei Bouwer, diplomatisch. Maar, als je het graag weten wil, het ging over de geheime rapporten van de commissarissen van de Koningin, aangaande de corrupties in de bedrijven. Voor een lange lijst van plaatsen vragen ze opheffing van de gemeenteraden en aanstelling van regeeringscommissarissen. Dat riekt naar Bouwerisme, niet? schertste hij.
379