— Zijn proeven corrigeeren, zijn laatste, voegde hij er met gesmoorde stem aan toe.
Dr. Bosch maakte behoedzaam Berends’ bovenarm bloot. Dan gaf hij hem een inspuiting.
— Nu blijf je tien minuten rustig liggen en dan mag je nog hoogstens een kwartiertje babbelen. Ik zal tegen Lina zeggen, dat het dan voor vanavond uit moet zijn. Morgenochtend kom ik terug.
Hij groette de anderen met korten knik en ging. Bouwer en Helen stonden te fluisteren. Hij was nieuwsgierig öf ze werkelijk fasciste was en wat ze daar onder verstond.
— Ik ben absoluut tegen het verdeelen van een volk in vijandige partijen, die elkaar belasteren en bestrijden, antwoordde ze op zijn vraag, dienaangaande.
— Dat ben ik óók, antwoordde hij, verwonderd. Mijn streven is, een regeering van volkseenheid te vestigen.
— En dan zeker onder een zoogenaamde dictatuur van het proletariaat, zei het meisje, minachtend. U hoort immers hoe Berends, die zelf werkman is, over zijn mede-arbeiders denkt. Als de werklieden waarachtig geloofden in de roeping van hun klasse en in ernst meenden, dat zij een nieuwe beschaving zullen brengen, zouden ze dan wel hun beste denkers en schrijvers in armoede laten sterven? Ze getroosten zich wel opofferingen, om hun laffe vleiers en exploitanten een weelderig leven te laten leiden. Wat verwacht U van een staat en een regeering, waarin diè sujetten alles te zeggen zouden hebben en het ware intellect heele-maal niet meer geacht zal worden?
— Niets.
— Het doet me genoegen dat U dat toegeeft. Maar niettemin streeft U toch naar de macht, met behulp van het proletariaat. U moet toch eerst een meerderheid van stemmen bijeen visschen, vleien en ronselen, om bij de gratie daarvan, een regeering samen te stellen.
— U ziet mij voor een demokraat aan, nietwaar? vroeg hij, glimlachend.
— Is U dat dan niet? Maar dan toch zeker socialist?
— Een jaar geleden zou ik daar zonder aarzeling „ja” op hebben geantwoord, zei hij, openhartig. Maar in den laatsten tijd twijfel ik er voortdurend aan en ook, of het socialisme wel zoo onfeilbaar is, als ik vroeger dacht.
— Maar die geweldige actie, van U, daar hebt U toch iets mee voor. U zult toch zeker niet zonder een bepaald plan de honderdduizenden van dat werkmansverbond in beweging brengen.
— Natuurlijk heb ik een doel voor oogen en ik heb geen redenen dat voor U te verzwijgen. Ik wil trachten onze samenleving gezond te
373