ze. . . . die oudbakken romantiek . . . lezen. dan voelen. ... ze zich. . . . net zoo. . . . gewichtig . . en heldhaftig ... als de personen. . . .
Hij kreeg een aanval van kuchen en hijgde een poos achtereen. Helen keek naar Dr. Bosch, doch deze hief, in een gebaar van onmacht, de handen op.
— Giel, mompelde hij, stil nu.
— Waarvoor? vroeg de zieke, minachtend. Als jij Bouwer. . . .
met je blad.... succes wil hebben.... onder de arbeiders.... dan moet je... . voor je volkslectuur.... den meest beroemden onder de burgerlijke. . . . leuterauteurs. . . uitnoodigen. Hoe zoeter . . hoe. . . . onschadelijker. ... die schrijven . . des te meer . . eer . . . . zul je met ze. . . . inleggen. Weet je. . . dan niet eens. . . . dat het strijdend. . . . proletariaat. . jouw nieuwe.... omhoog-strevende klasse . . alleen
en absoluut.... respect heeft.... voor burgerlijken... roem.... van wélk. . . . gehalte . . en op wélken. . . grond ook? De proleten . . . staan te ver af... . van schrijvers . . als ik.
— En dat zeg jij, een socialist, een revolutionnair! kon Bouwer zich niet weerhouden uit te roepen.
— Nu kalm aan, of ik zet je allen buiten de deur, zei Dr. Bosch.
— Een socialist. . . . een massamensch . . ben ik niet, antwoordde Berends. Een eerlijk. . kunstenaar... kan geen... massamensch.... zijn. Mijn werk. . . . dat is. . . . revolutionnair ... en mijn. . . . werk. . . . dat ben ik .
— Maar voor wie schrijf je dat dan? vroeg Bouwer, zacht.
— Voor degenen.... die zich er toe... opwerken ... voor het.... geestelijk.... intellect... voor de aristocraten.... van den geest. Om mijn werken. . te kunnen lezen.... moet men zich ... eerst. . . . losmaken. . . . van élk. . . . vooroordeel. . . . van massa-in-stincten . . . primitieve . . . neigingen. . . van massa-inzichten.
— Dus niét voor het proletariaat?
— Niét voor ... de proleten . . verbeterde de zieke hem. Die kunnen. . . . wel wachten. . . tot mijn. . . nakomers. . . me bestelen... . en aftreksels . van mijn . . boeken maken ... in hun geest....
Dr. Bosch kwam naderbij.
— Nu hou je even je gemak, zei hij. Gaat U beiden wat opzij, alsjeblieft.
Helen wenkte Bouwer. Ze gingen bij den jongen man aan de schrijftafel staan.
— Dag, Wichers, zei ze zacht. Dag Paul, zei ze met een hoofdknik tegen den jongen man, die nog zwijgend bij de boekenkast stond. Wat doe je, Piet? vroeg ze aan Wichers.
372