De moeder glimlachte droevig. Toen knielde ze voor het bedje neer en trachtte met het meisje te spelen. Gertrud knielde naast haar.
— Heb je bezoek, Lina? vroeg nu een heldere stem, achter haar.
Beide vrouwen keerden zich om. Gertrud herkende de stem, uitte een
kreet van verrassing.
Hoe kom jij hier?
— Helen! zei Gertrud. Wees niet boos op me; het was heusch mijn schuld niet.
Helen was haar verrassing aanstonds meester. Een enkele blik op Gertruds gelaat had haar doen bemerken dat de trekken van het meisje veel waren verzacht. Ze schudde zwijgend het hoofd, legde zacht de hand op Lina’s schouder.
— Hoe is ’t er mee? vroeg ze, op bijna teederen toon.
— Slecht, fluisterde de jonge vrouw. Bosch zegt. . . .
Ze brak in snikken uit, ging op een stoel zitten, het hoofd in de handen.
— Moesje huilt, pruilde het kleine meisje. Toetie ook huilen gaan.
— Nee. . nee . . stamelde Gertrud. Moesje maakt grapjes.
Helen streelde Lina’s wangen, boog zich over het kind heen.
— Wil Toetie heel lief zijn en zoet slapen gaan? zei ze, vleiend.
Ze kuste de kleine handjes en fluisterde het kind iets in.
— Ja, tante Helle, Toetie slapies gaan. Kom je strakkies weer?
— Ja, lieveling. Kom, laten we naar de huiskamer gaan.
Ze liep vooruit, alsof ze thuis was. Lina en Gertrud volgden haar. Deze ging verlegen tegenover Helen zitten; heel haar vroeger respect voor de ernstige zuster van Max kwam weer in haar boven. Ze meende dat ze nog flinker en mooier was dan vroeger, geloofde dat ze opeens héél veel van haar hield. Bedremmeld keek ze haar aan.
— Mag ik hier blijven? vroeg ze, bijna smeekend.
Helen knikte.
— Wie zijn er nu bij hem? vroeg ze aan Lina.
— Bosch en Wichers en Paul. En, hoé heet Uw man ook weer?
Helen blikte verwonderd op. Gertrud bloosde.
— Willem Bouwer, zei ze.
— Ik kom dadelijk weerom.
Lina liep de kamer uit.
— En, hoe is het met Max? Is je moeder héél boos op me? En hij?
Helen trok de schouders op.
— Waarom boos? Je hebt toch zeker wel den brief gelezen, dien ik Bouwer geschreven heb. Er valt niet verder over te praten. Ik heb nooit verwacht dat het goed zou gaan, dat weet je wel. Wat hem aangaat, hij is weer op. Lichamelijk is hij vrijwel in orde.... maar hij kan nog niet zien.
369
24