Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Dat had gisteravond nog beroerd kunnen afloopen, zei Jo, toen ze terug kwam.

—    Naar mijn zin is het al beroerd genoeg afgeloopen, antwoordde hij, een beetje kregel. Ik heb er twaalf honderd gulden bij ingeschoten. Niet dat het verlies van wat geld mij wat schelen kan, maar ik gun het een ander niet. En het allerminst aan dien Ten Brakel, die is me véél te veel pietschopper, voor dat ie zoo’n nakkedikker is.

—    Ik bedoel die herrie tusschen hem en Bouwer. Wat heeft diè vent een paar knuisten aan zijn lijf. Hij had Ten Brakel best kunnen doodgooien.

—    Voor mijn part had ie het gedaan. Nu ja, ik bedoel als het maar niet hiér in huis gebeurt. Het gaat een ander niet aan, wat hier omgaat en er wordt toch al genoeg over me gekletst. Enfin, het wordt nu een boel rustiger in huis; Gertrud gaat er voor goed uit.

—    Zoo? vroeg Jo, verwonderd. En wat beteekent dat telegram dan?

—    Voor Branders? Diè ziet haar niet meer terug. Is dat nou een man voor een mooie vrouw als zij? Nee, Bouwer is opeens stapel mesjogge op haar geworden. Ik had gisternacht nog een scene met hem; hij wou haar meteen meenemen, met zijn dronken kop.

—    Had hij haar bij zijn vrouw willen brengen? spotte Jo. Hij is immers getrouwd, nietwaar?

—    Nou, wat zou dat? Dat hoeft toch niet eeuwig te duren. Hij en Gertrud schijnen nu eenmaal voor elkaar bestemd te zijn. Stel je voor, nog nooit was hij hier en nou dat hij komt, is ie meteen heelemaal weg van die meid. Heb ik het je niet al een paar maanden geleden gezegd? Die meid vindt haar weg wel. Toén zei ik van ministersvrouw en wié weet waar ze het nog meer toe brengt.

—    Maar dat is toch ontzettend voor die arme Branders, zei Jo, medelijdend. Aaron, stop je mond niet zoo vol. Je weet dat ik verleden week doodsangsten uitstond, toen je ineens heelemaal blauw werd.

Bezorgd klopte ze hem op den rug.

—: Je medelijden is totaal misplaatst, gromde hij, gulzig doorslikkend. Als ik het goed beschouw, doe ik Branders een reuzeplezier, mét dat ik hem van zijn vrouw afhelp. Niet dat hij het in me waardeeren zou, als hij het wist, maar dat verwacht men ook niet van de menschen. Die Bouwer is nu eenmaal zoo’n lefschopper en hij wil niet anders, mompelde hij voor zich heen. Waarom moet ik alleen de schlemiel zijn? Enfin, hij is nogal mazzelig; misschien loopt ie er wel vrij van.

—    Wat mopper je toch?

Hij keek verschrikt op.

—    Ik mopper heelemaal niet, alleen over Bouwer. Dat ie zoo’n mazzeljongen is, omdat ik hem zonder slag of stoot Gertrud aan de hand doe.

353

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.