Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Kom nu maar binnen, Suze.

—    Morgen, zei ze opgewekt. Goed geslapen?

—    Ja, dank je; jij ook? Wat is het voor weer, Suze?

Ze keek hem verwonderd aan; dan schaterde ze een vroolijken lach uit.

—    Mallert, waarom vraag je dat? De zon schijnt in je kamer. Wat wil je nog méér, in dezen tijd?

Dan viel haar op, dat hij het hoofd bewoog, naar de richting waar haar stem vandaan klonk. Haar lach trok weg. Ze stapte op hem toe en raakte zijn arm aan.

—    Gertrud is er nog niet, zei hij.

—    Max, zie me eens aan! zei ze, bijna gebiedend.

Hij hief het hoofd tot haar op. Dreigend hield ze hem nu haar vuist voor. Geen trek op zijn gezicht gaf weer, dat hij haar scherts opmerkte.

—    Ik zie heel moeilijk, zei hij klagend. Is het wérkelijk zoo licht, in de kamer?

Een angstschaduw flitste over haar gezicht; ze klemde de lippen op elkaar. Gedachten, veronderstellingen warrelden door haar brein. Kon het dan zijn, dat de inbrekers het licht uit zijn oogen hadden geslagen, of was hij van angst of schrik plotseling blind geworden?

—    Nu, zoo héél licht is het nog niet, zei ze aarzelend, ’t Is eerder grauw, zou ik zeggen. Maar de sneeuw schijnt de lucht uit te zijn en wie weet of dan niet gauw de zon doorbreekt. Het wordt misschien toch nog mooi weer, vandaag.

—    Heb ik je al gezegd, dat Gertrud er nog niet is?

—    Ja ,Max. Ze komt straks wel terug.

—    Straks? Denk je?

Dirkje’s stem schalde.

—    Wil bij Max! Susie, bij Max!

—    Nee nee, daar komt niets van! In bed blijven!

—    Wist je, dat ze plan had, weg te loopen? vroeg Max.

—    Nee, Max en spreek er maar liever niet over. Als ze straks terug kwam, zou het je maar spijten, iets gezegd te hebben.

—    Ze is weggeloopen, zei hij, halsstarrig. En weet je wat dat voor mij zeggen wil, Suze? Of ik nu ineens geen reden meer heb om te leven.

—    Als het niet zoo kinderachtig dwaas klonk, zou ik zeggen dat het minderwaardig was, zoo iets te zeggen, antwoordde het meisje, verstoord. Ook weet je absoluut niet, waar ze heen is en of ze er géén aannemelijke reden voor heeft. Als ze plotseling weer voor je neus staat, zul je haar met plezier vergeven, uit blijdschap dat ze er weer is. Spreek dus niet over levensredenen of zoo iets.

—    Misschien heb je wel gelijk, gaf hij toe. Het wordt opeens lichter,

349

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.