Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



het gezicht der slapende te streelen. Dan, deinsde hij verschrikt terug, Zijn hand had het koude kussen beroerd; het bed was leeg.

Met haastig gebaar draaide hij den schakelaar om en blikte naar het bed.

— Gertrud! riep hij half luid.

Hij kon niet aannemen dat ze er niet was, wilde aan een grap gelooven, keek onder tafel, naar den divan, in den hoek. Dan drong de overtuiging zich aan hem op; ze was er niet. Zelfs niet geruisch van een ademhaling duidde een ander leven dan het zijne aan.

Ontzetting bekroop hem; het was winter, midden in den nacht. Waar kon ze zijn? Waarom lag ze nu niet in haar warm bed, inplaats van bij dit weer. . . . ?

Maar hij wist immers niet, waar ze was, warrelde door zijn brein. Suffend stond hij daar, tastte in gedachten en herinneringen. Gertrud was er niet, ze was er niet. Voor den eersten keer, miste hij haar, bij zijn thuiskomen. . . . voor het eerst, sinds ze hier woonden. . . .

In Berlijn was ze ook wel van huis gegaan. . . . meerdere malen en in den avond vóór ze uit zijn moeders huis moest, was ze ook weggeslopen, had ze den nacht buitenshuis doorgebracht. De herinnering daarvan deed zijn hoofd gloeien. Waar was ze toen geweest? Zou ze dan. . . . déze reden gehad hebben, toen ze vroeg, of hij dien avond vroeg thuis kwam? Maar, dat was om gek te worden. Hij had immers gezegd dat hij waarschijnlijk op reis moest. Ze kon er dus niet zeker op gerekend hebben, dat hij niet thuis kwam. En, als ze het er niettemin op gewaagd had, tóch uit te gaan, wat deed ze dan wel in de nachten, dat ze zeker wist dat hij niet in de stad was?

De gedachten verwarden voor zijn geest, de kamer draaide hem voor de oogen. Hij kneep zijn vuisten dicht, hij moest trachten kalm te blijven en geen hersenschimmen op te roepen. Maar toch herhaalde hij half luid, dat hij gezegd had, misschien naar de Langstraat te moeten. Ze kón er dus niet stellig op gerekend hebben, dat hij den nacht niet thuis kwam. Als ze hem had willen bedriegen, zou ze toch wel een dag hebben afgewacht, dat ze zeker was, van zijn afwezigheid.

Op de teenen liep hij naar Suze’s kamer. Dat was een plotselinge inval van hem. Mogelijk zaten de meisjes wel met elkaar te babbelen en stond hij zich op te winden en beangst te maken zonder reden. Hij luisterde aan de deur, maar hoorde geen stem. Er scheen ook geen Echt te branden.

Rillingen trokken door zijn lichaam. Hoe kwam hij er ook bij? Het was immers veel te koud, op de zolderkamers, om te zitten babbelen. Dan, viel hem in dat de deur bij Van Seventer op een kier stond. Hij haalde diep adem. Dat kon de oplossing zijn. Mogelijk was er beneden iets gaande, was Gerrit of Jans plotseling ziek geworden. Misschien

338

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.