Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



piepen of kraken, blikte hij daar snel heen; je kon nooit weten, wat die Frans uitspookte.

Uren aaneen drentelde hij heen en weer en bewoog onrustig de afstaande ooren, iederen keer dat hij een bekend fluitje hoorde.

Max Branders liep snel het eind Lindengracht af, naar huis. Hij verlangde naar de rust van zijn kamer, de begroeting van Gertrud.

Hoewel de nacht guur was, de sneeuwvlokken kil tusschen zijn op-staanden kraag kropen, de wind hem fel in het gezicht sneed, was hij opgeruimd, ja vroolijk. Hij was dien avond bizonder goed op dreef geweest en had, bij het beantwoorden der debaters, zijn hoorders menigmaal een spontaan handgeklap ontlokt. De gedachte aan Gertrud had hem warm en geestdriftig gemaakt.

Den ganschen dag was hem bijgebleven, hoe bezorgd ze hem gevraagd had, of hij vroeg thuis zou komen. Zoodra hij Suze zag, had hij haar verteld, dat Gertrud eindelijk tenvolle uiting dorst te geven aan haar genegenheid voor hem. De gedachte aan haar had hem verwarmd en gesterkt, achtereenvolgens vier vergaderingen toe te spreken. En hij had de debaters van de Partij, die meerendeels buitengewoon scherp waren, naar tevredenheid van zijn hoorders weten te pareeren.

Tegen een pui geleund, stonden twee mannen, evenals hij de kraag van de jas omhoog. Ze hadden de klep van hun pet in de oogen getrokken, blijkbaar tegen de sneeuw. Max knikte onder het voorbij loopen, waarop de mannen haastig in een portiek stapten.

—    Dat is de Linke ommers niet, zei Willem Pootje, bezorgd.

—    Nee, hij maakt mijn te feel haast, föör al die keilertjes die se hem hebbe late slikke, antwoordde Hein Peut. Maar, seker bin je d’r nooit fan. Zachies an, Wimpie, de laatste salie de eerste sijn, of hoe hiet dat ook weer?

Max sloeg zoo goed mogelijk de sneeuw van zich af en liep op de teenen de trappen op. Op het portaaltje van één hoog meende hij gegrinnik te hooren. Gewoonlijk was het daar stil, als hij na twaalf uur thuis kwam. Op de tweede trap loopend, dacht hij zich vergist te hebben; hij hoorde niets meer.

Bij Van Seventer stond de deur op een kier. Er brandde echter geen licht. Gertrud zou dus toch niet binnen zijn. Die was natuurlijk ingeslapen, in de overtuiging dat hij toch naar de Langstraat was gegaan. Hij liep de zoldertrap op.

Voorzichtig opende hij de deur van zijn kamer en deed die meteen weer dicht. Hier hing de stilte van den nacht, zelfs niet verstoord door het lichtste ademhalen. Op zijn teenen sloop hij naar het bed, om

337

22

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.