Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



niets van en nam zich voor te wachten, tot hij wegging. Eerder zou Frans toch ook niet beneden komen, dacht hij.

Tien minuten later hoorden ze gestommel, langs een trap. Frans stoof de straat op en floot schel.

—    Nou, wat heb ik je gesegd ,zei Gerrit, listig. Daar hei je ’m nou.

Hij liep den jongen tegemoet.

—    Wat nou? vroeg Frans, verwonderd. Ben je wachie geworden voor een leeg huis? Wat heb ik nou an m’n kar hangen?

Gerrit schudde bedroefd het hoofd.

—    Niks anders, as dat jij rechtsomkeert na bofe maakt en je bed inkruipt, gromde hij. Soolang jij de broer bint fan Tante Jans, salie die streke uit sijn, fersta je?

Frans ondervroeg Wim met de oogen, doch deze haalde de schouders op, ten antwoord, dat hij ook niet wist, wat er met Gerrit gaande was. Hij had hem niet willen vertellen, wat hij wèl en niét wist. Elk der beide jongens dacht nu voor zich ,dat de Linke inderdaad zoo link was geweest, te raden dat de inbraak bij hém plaats zou vinden.

—    Je daast er een end aan, mopperde Frans, teleurgesteld. Het was toch zeker maar voor de jen. Wat steekt d’r nou voor kwaad in?

—    Noem jij dat foor de jen? hoonde Linke Gerrit. Móórd en doodslag komt er fan. Nou, dat is mijn te link hóór.

—    Als je het zóó giftig opneemt, spreek ik er niet eens meer over. Ik heb er al tabak van. Ajuus!

Hij holde naar boven. Gerrit keek hem na, schudde wantrouwend het hoofd en stopte op zijn gemak zijn pijp.

Wim blikte hem kleineerend aan. Daar viel nu zijn mooi ethisch plan in barrelen. En alleen, omdat zoo’n gewoontedrinker te kleinzeerig was om een paar meppen af te wachten.

—    Ga mee naar huis, Gerrit, zei hij, medelijdend. Het begint te sneeuwen en daar kan je misschien ook niet tegen. Dan vat je maar een kou. En ik heb er geen zin in, hier te blijven overnachten.

—    En ik wèl, as ’t mot. Ik fertrouw die aap nog niks. Wedde dat ie me staat af te legge, of ik de kuierlatte neem en dat ie ’m drost as ’t soofer is? Al wordt ’t ses uur, ik blijf.

Witte vlokken warrelden neer, vlokken stijve, vinnige sneeuw. Koud vielen ze op gezicht en handen en plakten er aan vast. Wim rilde. Nog één maal probeerde hij Gerrit te overreden naar huis te gaan. Maar de Linke snauwde hem af en toen liep hij snel door.

Dra viel de sneeuw dichter en hulde Gerrit in een wit kleed. Hij ging zwaar heen en weer stappen, om zijn voeten warm te houden. Als hij aan den hoek was, keerde hij om. Om de minuut gluurde hij naar de bekende deur, waar achter hij zoo dikwijls met Tante Jans had staan keuvelen, toen zc allebei jonger waren. Als hij een andere deur hoorde

336

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.