Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



—    Nou moet je ’m pas effectief goed in de gate houwe, fluisterde Hein Peut den Linke toe. Dat sijn je échte slage fan Willem de Kip.

—    Mijn neemt ie toch niet, daar bin ik feuls te link foor, pochte Gerrit.

Hij stond met een energieken zwaai op en wuifde met zijn pet.

—    Ha, die Frans! bralde hij. Me gane, jonge!

— Vooruit dan!

Frans zette een onverschillig gezicht. Hij en Wim pakten Gerrit schertsend ieder bij een arm en duwden hem de deur uit. Even zetten ze den kraag op, tegen den scherpen wind en liepen dan, met den Linke tusschen hen in, naar den hoek. Daar bleven ze staan.

—    Nou, ajuus, Gerrit, zei de jongen. Zeg Jans gedag van me.

—    Hêt niet soo’n haast, hêt toch niet soo’n haast, mopperde de Linke en liep naast hem voort. Ik kan w;el sien, dat je weer te feul op hêt, Frans.

—    Jij moet immers naar de Lindengracht, zei Wim Bossenaar nu.

—    Of, ben je je huis kwijt? schertste Frans.

—    Niemand is s’n huis kwijt. Ik breng jullie soo wijd op. De mensche langs de weg hoefe niet an je te sien, waar je de heele afend gesete hêt.

En hij bleef tusschen de twee vrienden doorstappen, tot aan de woning van Frans, in de Anjeliersstraat.

—    Nou moest ik jou maar weer naar huis brengen, stelde de jongen voor.

—    Heb ik niet noodig, ik bin nog frisch genogt. Ga jij maar onder de wol en slaap je lekker uit. Je hêt ’t noodig.

—    En jij dan?

—    Laat mijn maar wone; ik heb niet soofeul op as jij.

Frans wisselde een blik met Wim.

—    Nou, tabé dan! riep hij en liep voor de leus de trap op.

—    En nou jij, zei Gerrit tegen Wim. Nou ga jij na huis.

—    Ik loop zoo ver met je mee.

—    Jij loopt niks mit mijn mee, want ik loop niét, antwoordde de Linke listig. Mot je nét soo link sijn as ik. Nee, maat, ik schaam me eige dat ’k soo’n swager en soo’n swager s’n maat heb, as jullie. Wat jij doet, mot jij wete, maar, soolang ik twee jatte an m’n lijf heb, komt Tante Jans d’r broer niét in ’t Rooie Dorp.

—    Wat zullen we nou eten? vroeg Wim, ongerust.

—    Dat weet jij nét soo goed as ik. En as je anders een kwartiertje wacht, sal je ’t gauw genogt in de lampies hebbe.

—    Hebben ze je dan wat verlinkt?

—    Ferlinkt hebbe se me niemendal. Ik bin link genogt fan m’n eige om sellef te sien, hoe de wind waait. Nee maat, mijn neem je niet.

Flij stapte aan den overkant een trapportaal binnen. Wim begreep er

335

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.