Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



as tie is, hêt ie nog nooit gesete, soowaar ik hier staan. Of, Tante Jans sou motte liege.

—    Nou, toon jij dan dat je link bint en hou die jonge fannacht óók ’t schuurtje uit. De heele smik lacht s’n eige d’r naar om, maar as tie eenmaal sit, griene s’n moeder en Tante Jans de ooge uit haarlui kop. Of, ’t mot je alstemet niks kunne schele.

Gerrit ontkende heftig dat het hem onverschillig liet en dat meende hij. Hoewel Tante Jans al dikwijls had gezegd dat ze niet zóóveel om zijn linkheid gaf en er zelfs niet aan geloofde, moest hij toch nog soms denken aan de jaren van hun verkeering, toen ze heel anders tegen hem sprak. En dan hield hij weer bijna evenveel van haar als toen, al moest hij haar tegenwoordig, bij tijd en gelegenheid, een tik geven, als ze het met haar minachting voor zijn linkheid te bar maakte.

—    Die jonge komt fannacht niét in ’t schuurtje, reken daar fast op, fluisterde hij, trouwhartig. Ik breng ’m straks sellef naar huis.

—    En as tie nou eens de kuierlatte neemt, as jij ’m gedrost hêt, wat din?

—    Dat sal ie niet. Ik blijf alsoolief de heele nacht föör s’n deur jengele. De broer fan Tante Jans komt niét in de bajes, soolang ik twee jatte an m’n lijf heb. Daar bin ik feuls te link föór.

De lui in den hoek van Frans en Wim werden ongeduldig. De meeste gasten waren nu verdwenen en er kwamen ook geen nieuwe meer binnen. En toch zat Hein Peut Linken Gerrit nog steeds op te houden, inplaats van hem naar huis te laten gaan, om zijn pak slaag af te wachten.

—    Ha Frans, mot dat gemengel nog lang duren? riep Daan Kropsla. Ik heb niet de heele week den tijd. Om vier uur moet ik aan de Groentemarkt zijn.

—    Ja, zei Hein Smikkel, die nog steeds zuchtte om den smaak van zijn eerste glas limonade, ’t mot uit sijn. Hein laat ’m allemaal fergift drinke, inplaats dat ie alfast begint ’t hem te onthouwe. As tie ’m nou heelegaar folgiet, merkt tie er straks niks fan, as ’m op s’n plichte fan geheelonthouwer en huisfader gewese wordt.

—    Gelijk hei je, gaf Piet Scheeve Pet, die niet heelemaal nuchter meer was, toe. As tie soo kachel wordt as Hein Smikkel, hier, kan ie niet eens meer sijn huis finde en dan loopt de heele boel in barrele. Se kanne d’r niet allemaal soo mee terecht, as jij, Smikkeltje.

Frans knikte instemmend. Hij vond ook dat Hein Peut langer dan genoeg met Gerrit kletste. Hij tikte met zijn glas op tafel.

—    Ha, die Gerrit! schreeuwde hij. Moet je niet naar huis, maat? Laat Hein maar mopperen. Die heeft geen thuiskomen; die slaapt op de vullisschuit.

De lui om hem heen lachten.

334

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.