Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



list of een neuroloog onder zijn hoorders ware geweest. De vrienden prezen hem echter luid, sloegen hem gevoelig op de schouders en verweten elkaar, dat ze nog niet half zoo link waren als Gerrit.

—    Als Tante Jans dat nou ’s beleefde, hoe se me allemaal hoogachte, allemaal, allemaal, zei hij, herhaaldelijk.

—    Tante Jans kan doodfalle, merkte Schele Ko op, zonder er iets kwaads mee te bedoelen.

Het liep tegen elven. Op aanraden van Hein Peut ging er nu en dan een kwansuis naar huis. Om bij Linken Gerrit geen argwaan te wekken, was bepaald dat niemand met hem en Kleinen Dirk op zou loopen, of op de Lindengracht de kraak afwachten. Daar de meesten zonder werk waren, of als losse sjouwerlieden nooit werkten, had Hein Peut voorgesteld om tegen een uur of drie bijeen te komen, op den hoek van de Baangracht. Dan zouden Frans en Wim het resultaat van hun inbraak komen vertellen.

De drukte werd er echter niet minder om. Voor de gasten die vertrokken, kwamen er weer nieuwen binnen, die den Linke nog eens voor het laatst wilden zien ,vóór hij door zijn vrouw en zwager was afgeranseld. Daar sommigen van hen echter al meer ophadden dan hun stilzwijgen verdragen kon en wat al te openhartig over de inbraak zwetsten, riep Hein Peut Linken Gerrit in zijn hoek, om zijn aandacht van die babbelaars af te leiden. Zoo althans dachten Frans en Wim en ze vonden het een haaien streek van den Peut. Deze bestelde drie oude klare en toen ging Willem Pootje met zijn breeden rug zoodanig voor de twee anderen staan, dat er niemand tot hen door kon dringen.

—    Gerrit, begon Hein Peut, op ernstigen toon, jij bint nogal link nietwaar?

—    Dat bin ik sekers, antwoordde Gerrit, op vasten toon.

—    Nou, dan weet jij ook wel wat het in hêt, dat je swager Frans heele nachten langs den weg dalft.

—    Laat je dat frisch sijn, zei de Linke nu, overtuigend, hoewel hij, evenmin als Peut zelf, ooit iets van die nachtelijke zwerfpartijen had gehoord.

—    As jij dan soo link bint, dan snap ik niet dat jij, as swager sijnde, dat soo maar goed vindt. Waar denk jij dat al die gijntjes fan inbrake fóór de jen op uitdraaie? As de prinsemerij ’m schaakt, is tie suur. En, is dat nou niet sonde, foor soo’n jonge jonge?

Linke Gerrit krabde zijn achterhoofd; zijn afstaande ooren bewogen onrustig. Eindelijk begon hij dan toch iets te snappen, van al die grappen over kraakjes en kloppartijen. Maar dat Frans er in betrokken zou zijn, had hij evenmin gedacht, als hij zelf zich er aan zou wagen.

—    Wis en werachtig is dat sonde, fóór de jonge, gaf hij toe. Soo oud

333

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.