. . . te maken! brulde Ten Brakel zijn zin uit.
Hij wierp zich op Bouwer, sleurde zijn stoel mee, om hem dien op het hoofd te slaan. De leider bukte, tilde hem op en wierp hem door het, salon. Hij kwam voor de pianola neer en bleef daar liggen.
— Nog één woord en ik stamp je in elkaar! dreigde Bouwer.
Gertrud, die hijgend had toegezien, sprong hem met een juichkreet
om den hals.
— O, wat ben jij sterk! jubelde ze.
Trillend stond hij daar, snakkend naar adem, om zich te beheerschen. Hij maakte zich van haar vrij en streelde haar wang. De deur ging open. Jo kwam binnen; ontsteld keek ze van den een naar den ander. Bouwer voelde zijn aanval van beschonkenheid wegtrekken. Schaamte vervulde hem, omdat hij jegens een minder sterke zijn geweldige kracht had uitgeoefend. Hij liep op Ten Brakel toe en reikte hem de hand.
— Het spijt me, kerel, zei hij. Ik had het niet moeten doen. We waren allebei een beetje boven ons bier.
Ten Brakel was ook weer vrijwel nuchter, door den schok. Hij kwam strompelend overeind, maar bleef toch staan, armen en beenen betastend.
— Niets gebroken, mompelde hij. Je hebt anders een harden gooi over je.
— Die verdoemd zware wijn ook van jou, zei Bouwer verwijtend tegen Kaufmann.
Nu kwam een glimlach op Jo’s gelaat.
— Noem je dat nu pretmaken? vroeg ze, schertsend. Men kan jullie ook geen minuut alleen laten. En nu, heeren, voor den laatsten keer; aan tafel, of ik laat afruimen.
De baron knikte haar vroolijk toe.
— Ja, we zullen het afdrinken. Maar, niets dan limonade, hoor.
Hij gaf haar den arm. Moritz volgde hem. Kaufmann keek op zijn
horloge.
— Half twee, zei hij. Enfin, het duurt nog lang, éér het ochtend is.
— Half twee? mompelde Gertrud, verbluft. Ik heb slaap, heel veel slaap. Ik ga niet meer naar huis.
Ze nam Bouwers arm. Met een gebaar van inbezitname drukte hij haar tegen zich aan.
Linke Gerrit veegde met den rug van zijn hand den mond af. Hij stond van tafel op.
— Ik en gaan, ajuus!
— Waar nou weer heen? vroeg Tante Jans, kwansuis gebelgd. Kan