Bouwer wierp hem een toornigen blik toe en scheen Gertrud te willen halen, maar de baron greep intijds zijn arm.
— Wees verstandiger, zei deze. Hij begrijpt immers zijn eigen woorden niet meer. De man is dronken van spel en wijn. Daar moet jij je boven kunnen stellen .
Geerlings probeerde een rol in de pianola te zetten, doch liet haar vallen. Kaufmann vloekte luid en schreeuwde onder het spel door. Weer won Ten Brakel; Moritz verloor. Jo kwam op het geschreeuw toeloopen.
— Heeren, mag ik nu dringend verzoeken aan tafel te komen? Aaron bedwing je toch wat.
— Bedwing jij je souper maar. Eerst moet ik revanche hebben. Elsie, schenk me in en neem zelf ook een druppeltje; daar is het voor.
De baron en Bouwer knikten tegen elkaar. Beiden hadden méér gedronken dan ze gewoon waren en wilden hun roes door eten bezweren.
— Als je me het vraagt, heb ik wel trek in een stukkie, zei de oude heer. En jij?
Bouwer keek naar Gertrud. Het meisje hing, een glas wijn in de hand, tegen Ten Brakel aan. Het gezicht op zooveel geld, bedwelmde haar, scheen hem toe. Ze dronk haar glas leeg en liet haar hoofd tegen Ten Brakels schouder leunen. Bouwer moest zijn, in dronkenschap verzinkende, energie als tezamen kneeden, om de opwelling van zijn plotselinge passie voor haar, die hem drong haar bij den ander weg te sleuren, te weerstaan.
— Als het meisje meegaat, kom ik óók aan tafel, zei hij dan tegen Jo.
— Elsie, kom je aan tafel? vroeg ze.
Gertrud schudde het hoofd.
— Zoo. . . . meteen. Ik. . . . wacht. . . . nog. . . even. . . .
— Moritz, weet jij dan tenminste van uitscheiden, drong Rozenbloed aan.
— Ik wil nog één keer verliezen, antwoordde de jonge man. Vijf en twintig gulden, Kaufmann. Op, je kaart.
— Ik vijftig! schreeuwde Ten Brakel, opgewonden.
Zij namen een kaart. Moritz verloor, Ten Brakel had weer gewonnen. De gastheer slaakte een vloek, die Jo uit de kamer deed vluchten. Moritz, onverschillig voor zijn verlies, stond bedaard op.
— Kom vader, nu gaan we eens zien, wat er voor lekkers klaar staat. Doe je mee, Bouwer?
— Nee. Een.... allemaal, antwoordde deze.
De wijn vertroebelde zijn gedachten.
— Kom Kaufmann, toon je gastheer en smijt de kaarten weg.
— Éérst moet ik revanche hebben! schreeuwde deze. Niet om het geld, daar heb ik maling aan. Maar hèm gun ik het niet. Hij verbrast het toch maar in de kroeg.