zijn, omdat hij de politiek van dien doordrijver een gunstige kans toedacht.
Zijn gast strekte de hand uit naar een kristallen pul vol sigaren, die op het buffet stond. Hij wenkte hem echter en hield hem zijn étui voor. Hij had een gewoonte, bij een avond als dezen, niet zijn beste rookwaren binnen het bereik van alleman te stellen. Zijn vaste overtuiging was, dat jongelui als Ten Brakel en zijn vrienden, de schilders, toch niet wisten wat ze rookten en het hun er slechts om te doen was, walm uit te blazen, zonder meer.
— Ik heb nog een kleine verrassing in petto, zei hij, den baron vuur gevend.
— Thee, heeren! riep Jo, op opgewekten toon.
Ze wenkte het meisje, dat achter haar aankwam. Dan liep ze op Rozenbloed toe, die opstond en haar hoofsch de hand kuste.
— Voor den dag, met je verrassing, zei hij, toen ze hen weer verlaten had. Betreft het een man of een vrouw?
Kaufmanns vettige oogjes glinsterden van voldoening.
— Beide. Je kan zelf kiezen, wat voor jou de ware verrassing is. De man is je natuurlijk niet onbekend....
Een luide stem drong van buiten af tot hen door. Jo opende de deur en liet Bouwer binnen.
— Goeden avond! bulderde hij met zijn geweldige stem.
Nauwelijks ontwaarde hij Rozenbloed in gezelschap van Kaufmann,
of hij liep op het tweetal toe. Hij reikte den baron~3e hand.
— Jij ook hier, ouwe heer? vroeg hij, vroolijk. Mij verwachtte je zeker het allerminst hier aan te treffen. Wat?
— Jij bent in staat om overal te komen, antwoordde Rozenbloed op vriendelijken toon.
Hij drukte hartelijk de toegestoken hand en wendde zich dan tot Kaufmann.
Is hij je verrassing, Aaron? Wordt er vanavond groote verzoening gevierd, met dien oproerkraaier?
— Is hij je verassing, Kaufmann? herhaalde Bouwer, met vroolijken spotklank. Nou, blond is eigenlijk anders.
De deur ging open. Een opgeruimd gedruisch onder de andere gasten deed hen opkijken.
Gertrud kwam binnen, in avondtoilet, een snoer paarlen om de ver-leidelijken hals, een grappig waaiertje in de hand. De jurk was van voren en van achter in diepen V-vorm uitgesneden en reikte nauwelijks tot aan haar knieën. Aan haar bloote voeten droeg ze muiltjes van gevlochten, goudkleurig chevreau-leer; licht-rose schemerde het bloed door de fijne huid van haar beenen.
Langzaam, zeker, als een prima-donna, betrad ze het salon, een stra-
313