— Aangenaam, zei de baron. Mijn zoon.
Kees legde aanstonds beslag op den jongen Rozenbloed en leidde hem, druk pratend, naar het buffet, waar de andere jongelui zich reeds met het keuren der dranken bezig hielden. Moritz Rozenbloed vond hij nu net iemand om door een gelukkig toeval, op een verloren avond bij Kaufmann, te ontmoeten. Hij geloofde zelfs aan een beschikking der Voorzienigheid. Na lang peinzen en vergelijken had hij eindelijk een onvergelijkelijken naam gevonden voor een oud en bekend pijnstillend middel, dat hij onder dién als een nieuwe uitvinding lanceeren wou. Hij geloofde dat er, met behulp van een uitgebreide advertentie-campagne, een vermogen mee te verdienen was, doch dan moest een ander die reclame èn den bouw van een pseudo laboratorium bekostigen, want zelf had hij geen geld. Reeds maanden had hij naar zoo’n gedienstig kapitalist uitgekeken en nu kreeg hij een ingeving, vanwaar wist hij zelf niet, dat de jonge Rozenbloed die kapitalist moest zijn.
Moritz Rozenbloed, toch, had zich gedurende de oorlogsjaren een zekere bekendheid verworven, als handig valuta-speculant en was er, mét zijn vader, den baron, in geslaagd, den naam Rozenbloed in de ooren van het publiek te doen klinken, als het gerammel van goud.
Kort na het uitbreken van den oorlog waren ze in het land gekomen en hadden zich toen dadelijk met ijver toegelegd op den uitvoer van boter, kaas, chocoladepoeder en andere levensmiddelen. Die artikelen hadden ze doen vervaardigen in, door hen naar Amerikaansche methode ingerichte, fabrieken, uit de meest uiteenloopende en schijnbaar het minst voor dat doel geëigende grondstoffen. Toen er eindelijk in het buitenland, bedenkingen ten opzichte van de onschadelijkheid van hun waren oprezen, hadden-zij reeds genoeg verdiend, om zich op groote schaal op andere zaken toe te leggen. Gedurende den oorlog en de jaren er na kochten ze bouwvallige en verweerde huizen op, die ze volgens eenigszins optimistische beschouwingen bewoonbaar lieten maken en verhuurden of verkochten ze tegen prijzen, die eerder aan hun fantazie ontsproten, dan op de werkelijke waarde gebaseerd waren.
Baron Roznebloed inzonderheid bezat een flair in het maken van aanknoopingen met leiders van vooruitgaande politieke partijen en werd zelfs deelgenoot in verschillende, die, volgens hun beschreven beginselen, recht tegenover elkaar stonden. Ook stelde hij zijn huis gastvrij open voor intelligente gemeenteambtenaren en gaf hun gelegenheid, met elkaar en met hem van gedachten te wisselen, over de onteigenings-plannen voor de naaste toekomst. In dien tijd kreeg hij een hobby voor het aankoopen van gansche oude straten, die in die plannen betrokken waren en van groote terreinen, die in afzienbaren tijd voor uitbreiding van verschillende steden in aanmerking kwamen. Hij kwam er ook openlijk voor uit, dat ambitieuze ambtenaren, voor hun te veel aan energie,