Die gedachten wonden hem al meer en meer op. Hij kon haast zelfmoord plegen, alleen omdat hij zoo sullig was geweest. Wat zouden ze voor hem doen, als in Mei het Verbond hem zijn zetel afwon? Bouwer had daar al méér dan eens op gezinspeeld. Was hij eigenlijk niet stapel gek, ontoerekenbaar van menschlievendheid, zoo iets als een humaniteits-maniac, dat hij zich altijd voor dat soort corveetjes liet gebruiken?
Dan, gleed een sluwe glimlach over zijn gezicht. Ja, dié was goed, dat moest hij doen. Hij zou inderdaad nog eens met Bouwer aanpappen, zooals de Dikke hem had verzocht. Maar, niet om de partijkliek uit de drek te helpen, doch alleen voor zichzelf. Won de Partij, bij de aanstaande verkiezingen, dan kon hij dien bullebak weer gemakkelijk laten schieten. En, won het Verbond, dan zou hij er althans óók van profi-teeren en zelfs de eer genieten, een man met vooruitzienden blik te zijn geweest. Zoo ging het immers altijd, als men zoo verstandig was, bijtijds van kleur te veranderen.
Er was maar een kleine groep uit de partij-fractie ter kamerzitting en de meesten daarvan stonden bekend als aanhangers van Bouwer. Een liberaal lid sprak over de toenemende gevallen van corruptie, bij de gemeente-beheeren en weet die aan den onmatigen invloed welke politieke partijen op benoemingen hadden. Bouwer luisterde kennelijk met aandacht en gaf nu en dan blijk van instemming. Toen de spreker zweeg, applaudisseerden ook Bouwer en eenigen van zijn medestanders. En een opwelling van het oogenblik volgend, klapte Kaufmann ook even in de handen.
Bij het verlaten der zaal zorgde hij er voor, in de nabijheid van den leider van het Verbond te blijven. Op straat gekomen, legde hij even de hand op zijn schouder.
— Bonjour, zei Bouwer achteloos. Je hebt het vandaag nogal druk gehad, nietwaar?
Hoezeer hij gewoon was, zijn gezicht in bedwang te houden, kon hij nu niet verhoeden dat er een trek van verwondering over gleed. Dadelijk, echter, had het weer zijn gewone, listige uitdrukking.
— Altijd even moppig, merkte hij, droog, aan. Ik had anders liever, dat je eens voor een ernstig woord van overleg te vinden was. Of, denk je nu werkelijk, alles wat je voorhebt, in je eentje te bereiken?
Bouwers blikken dwaalden opmerkzaam over Kaufmanns gelaat. Hij mocht hem niet, verachtte hem eerder, maar erkende toch de waarde van zijn propagandistische krcht. Ook werd hij zich er steeds sterker van bewust dat, als hij dan toch door een of anderen streek de regeering in handen wou krijgen, hij niet te kieskeurig mocht zijn ten opzichte van zijn hulpmiddelen en trawanten. Dat Kaufmann wellicht het sterkst van allen tegen hem persoonlijk ageerde en hem het meest aangevallen had, inzake de kwestie-Hellinga, achtte hij geen beletsel, om,
301