hoorden uitroep van den Dikke. Dat was zeker voor de éérste maal, dat hij zich zoo gaan liet. In andere omstandigheden zouden ze in lachen uitgebarsten zijn, om de kluchtige woede van den kleinen dikkerd; nu deed ze hen aan, als de uiting van gemeenschappelijke ellende. Dat hij zich zóózeer vergat, teekende hoe zwaar hij de verantwoordelijkheid voelde, die thans op het Partijbestuur rustte. Hoewel zij geen van tweeën bang waren voor een scherp artikel in de burgerpers, rilden ze van ontzetting, bij de gedachte, hoe hun leiding geoordeeld zou worden, als het geval-Benkuur openbaar werd.
Averling was de eenige der vier, die nog steeds niet den samenhang van die aanklacht met deze vroege conferentie inzag Hij behield zijn koel-intelligente bedaardheid, doch keek Breebaart vragend, de wenkbrauwen gefronst, aan.
Kaufmann verbrak het eerst het zwijgen.
— Laat hem oppakken! riep hij, woedend. Als ie schuldig is, moet hij maar zijn straf ondergaan. Uitvaagsel als hij hoeven we niet de hand boven het hoofd te houden.
— Zegt dat niet zoo haastig, zei de Dikke, zacht. En Sauerman dan? Wie weet of hij... .
Boutelje sloeg met de vuist op tafel.
— Sauerman, vraag je? riep hij, op een toon van verontwaardiging. Laat hij maar zijn ontslag nemen, dan zijn we meteen al zijn degeneré’s ook kwijt. Dat gedonder met zijn protectie, voortdurend. Let op mijn woorden, morgen hoor je van nèt zoo’n gebbetje, van dien kwal Van der Voorde.
Hij zweeg even, om tot kalmte te komen.
Je hebt gelijk, zei hij dan. Met hèm moéten we rekening houden. Enfin, dan moet die viezerd maar weer de grens over, zoo vér mogelijk, al was ’t naar China.
— Als ze hem al niet gearresteerd hébben, meende Averling, die het noodig achtte ook iets te zeggen.
Kaufmann grijnsde.
— Er was vroeger een lid van den hoogen raad, die Benkuur heette, zei hij. Wees daar dus niet bang voor.
— Ze hebben hem nog niet, viel de Dikke hem bij. Ja, als hij vluchten wil, is dat de oplossing.
— Waarom zou zoo’n schooier niét zijn hachie willen redden? vroeg Boutelje, verwonderd.
— Hij kan alleen naar Zuid-Amerika, antwoordde Breebaart. En daar komt wat voor kijken, buiten de reiskosten.
De telefoon luidde. Breebaart nam den hoorn op en luisterde. Hij verbleekte zichtbaar. Dan gaf hij een toestemmend antwoord en legde het microfoon weer neer.
*94