aangevraagd. Ik zal probeeren me er vanaf te maken en dan zullen we eens een prettigen avond hebben. Maar, reken er maar niet op.
Hij kuste haar nog eens en in gedachten verdiept, kuste ze hem terug. Toen holde hij fluitend de trap af, gelukkiger dan hij zich in maanden gevoeld had.
Gertrud had goede redenen er voor, zeker te weten of hij dien nacht thuis kwam. Kaufmann had haar gezegd een avondpartijtje te maken, dat wel tot in den nacht kon duren. Het was twaalf en een half jaar geleden dat de scheiding met zijn eerste vrouw uitgesproken en hij in het bezit van een groot deel van haar vermogen gesteld werd; dat wilde hij op blijmoedige wijze vieren. Het kon zeer laat worden, had hij haar gewaarschuwd, want waarschijnlijk zou er ook gespeeld worden.
Ze dronk, als de meeste dagen, tegen twaalf uur koffie bij Tante Jans; dezen keer achtte ze het verstandiger dan ooit, dat niet te verzuimen. Als Max op reis ging, dat wist ze bij ondervinding, kreeg hij in den regel zoo veel te doen, dat hij langer dan één dag, ja soms een heele week van huis bleef. En als hij twijfelde, öf hij op reis moest, dan was het negen van de tien keer zeker. Er was dus, vond ze, niet de minste risico aan verbonden, in Kaufmanns huis te overnachten. Maar, dan wilde ze zich er toch nog eens opnieuw van overtuigen, dat Tante Jans haar nog goed gezind was en Max ook dezen keer van haar uitblijven onwetend zou laten.
Tante Jans had het dezen middag, naar haar toescheen, bizonder druk. Er waren wel vijf buurvrouwen op koffievisite. Dat scheen haar toe een vroolijke oorzaak te hebben, want er werd hartelijk gelachen. Gertrud, wantrouwig, vreesde dat ze het over haar hadden, doch de groet, waarmee allen haar verwelkomden, stelde haar weer gerust. Tante Jans had dien ochtend vroeg reeds bezoek gehad van Frans en van hem vernomen, dat dien nacht eindelijk de inbraak plaats zou vinden. Ze had die tijding niet lang onder zich kunnen houden en haar vriendinnen tezamen geroepen om, onder een kop koffie, er gezellig over te babbelen.
Ze schonk Gertrud dadelijk in en gaf haar zelfs een delicatesse, hoofdkaas, op haar brood. Dat overtuigde de jonge vrouw dat haar hospita het niet beter met haar voor kon hebben; ze nam zich nu stellig voor, den nacht door bij Kaufmann te blijven pretmaken. Om te toonen dat ze zich ook als een van de familie beschouwde, vroeg ze belangstellend, naar de reden der algemeene vroolijkheid. Tot haar verwondering gaf niemand haar daar een verstandig antwoord op. Tante Jans wilde wachten met haar er in te doen deel nemen, tot Gerrit na avondeten wegging, om zijn glaasje te drinken. Ze vreesde dat, als Gertrud het eerder wist, ze zich onder den maaltijd zou verspreken. En toen de andere vrouwen bemerkten dat zij het Duitsche vrouwtje niet in
290