Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



bedorven bloed nieuwe kracht en nieuwen levenslust toestraalde. Hij was zich er zeer goed van bewust, dat ze hem niet lief had en zelfs niet uit gewone genegenheid zijn woning bezocht. Hij voelde onmiskenbaar haar af keer, als hij haar onstuimig in de armen nam; maar dat deed zijn vreugde om haar tegenwoordigheid niet minder groot zijn. Het kwetste hem niet, dat ze alleen bij hem kwam, terwille van wat hij haar schonk en om de pleziertjes die zij, in zijn huis, of ergens anders met hem, te genieten kreeg. Zoolang ze bij hem was, voelde hij haar van hem. In zijn armen, tegenover hem aan tafel, naast hem in zijn auto, in cabaret, café of schouwburg, overal was zij hem een kostelijk geneesmiddel, dat hem bij tusschenpoozen werd toegediend. In haar gezelschap voelde hij zich weer jong, levenslustig en levensverlangend en braveerde hij moedig de aanvechting, zich door één koene daad voor altijd van alles los te maken, in de oogenblikken dat hij van zichzelf en heel zijn huichelachtig bestaan walgde.

Soms speelde zij voor gastvrouw, bij een avondpartijtje, waar hij eenige intiemen uit de Partij en nachtcafé’s op noodigde. Dan hield zij, bij de half-levensmoeden, de stemming er in, door schuine liedjes te zingen en haar avonturen uit het Berlijnsche nachtleven te vertellen en wekte zij hen tot drinken op, door een slok uit hun glas te nemen. De nachten dat Max op reis was, bracht ze dan in Kaufmanns huis door. Maar, was ze er zeker van dat hij thuis sliep, dan zorgde ze er nauwgezet voor, er eerder te zijn dan hij.

Ondanks haar vrijmoedigheid, die onder het drinken oversloeg tot brutaliteit, was ze laf, onbegrensd laf. Hem bedriegen deed ze zonder de minste spijt, zoo lang ze de mogelijkheid van betrapt te worden uitgesloten achtte. Ook zou ze hem, zonder een schijn van wroeging, reeds voor goed verlaten hebben, als iemand zich bereid had getoond, voor haar te zorgen. Maar, niets vreesde ze zoozeer, als door hem betrapt en weggejaagd te worden. Omdat ze er zeker van was dat Tante Jans haar doorhad, was ze altijd overdreven vriendelijk tegen haar en waakte ze er zoo goed mogelijk voor, zelfs de geringste oneenigheid met haar te vermijden.

Toen Max op het punt van weggaan stond, vroeg ze, terloops, of hij dien avond thuis at. Dat vroeg ze bijna iederen ochtend, doch, sterker dan anders hunkerend naar een blijk van teederheid van haar, verbeeldde hij zich dezen keer, dat er meer dan gewone belangstelling in haar stem lag. Hij vergiste zich daar weliswaar niet in; die vraag had echter een andere oorzaak dan hij, in zijn verliefdheid, hoopte.

— Het spijt me, lieveling, zei hij, ontroerd en nam haar teeder in de armen, maar ik vrees dat ik tegen den middag naar de Langstraat moet. Van Riel is plotseling ziek geworden en Hoekstra heeft hulp

289

10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.