doen, moeten we het goed doen en moet de heele bijs er dijn van hebben, ’k Ga meteen even naar Wim toe.
Tot de weinigen, in de buurt, die van het plan niets af wisten, behoorden ook Max en Gertrud. Tante Jans vond dat zij wat hoogmoedig werd, in den laatsten tijd en achtte haar daarom geen vertrouwelijkheden waard. En Branders scheen het te druk te hebben, om vijf minuten met haar te babbelen.
Nu Bouwer van het Groote Dagblad, een zetmachine en een rotatiepers tot zijn beschikking had gekregen, waren Max’ bezigheden vrijwel verdriedubbeld. Er kwam dagelijks een krantje uit, dat nog wel niets weg had van een dagblad, maar toch al vast dienst deed, om de aanvallen van het partijblad te pareeren. Ook verschenen er artikelen in, waarin, op bedekte wijze, reclame werd gemaakt voor Bouwers regeerings-program.
Het blaadje werd kosteloos rondgebracht bij leden van het Verbond en vele niet-aangesloten arbeiders. Daar het echter tegelijk dienst deed als voorlooper van het nieuwe dagblad, moesten de lezers bezocht worden, om hen aan te moedigen, zich op dat te abonneeren. De organisatie van dit huisbezoek droeg Bouwer aan Branders op, wijl hij haar als één beschouwde met zijn groote actie. Tegelijk met het verschijnen van dit voorloopig blad, namelijk, had hij de groote districts- en sectie-propaganda voor de verkiezingen ingezet, in het gansche land. Alleen in de Hoofdstad moesten per dag vijf tot tien groote en kleine vergaderingen voorbereid en gehouden worden. Daartoe moesten voortdurend manifesten en groote biljetten worden opgesteld, rondgebracht en aangeplakt. De opper-leiding van de groote actie was nu, voor Amsterdam, in handen van Bart Koch en deze eischte van alle beambten en helpers het uiterste van hun krachten en vermogens. Hij was Branders niet zoo gunstig gezind als Hellinga, vóór hem, en er voortdurend op uit, hem op nalatigheid of onbetrouwbaarheid te betrappen. Hij vergde van hem zoo veel als van twee anderen tezamen, gaf hem verschillende, verantwoordelijke bezigheden voor nagenoeg denzelfden tijd op en toonde zich nooit tevreden met de resultaten. Deze houding prikkelde Max al meer en meer, doch, daar hij ten koste van alles zijn betrekking aan het Verbond behouden wou, liet hij nooit merken dat hij den ander doorhad en werkte inderdaad voor twee.
Soms liep hij den ganschen dag lange lijsten adressen af, om abonnees voor de nieuwe krant aan te werven. Hoewel dan meerendeels de man des huizes afwezig was en de vrouwen zonder dezen niet beslissen konden, hadden die gesprekken toch wel nut. Vrouwen, toch, lezen in een
285