Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



woord op zinspeelde, begreep ze dat hij zelfs daar te dom voor was en maakte ze er net zoo goed pret over als de vrouwen. Nu deelde ze het ook de benedenburen en die welke naast haar woonden mee en beloofde hun, tijdig den juisten avond te zullen noemen. En de buren brachten het nieuwtje weer verder.

Dra was het nu, in wijden omtrek, bijna huis aan huis bekend. Er werd om gelachen in kruidenierswinkels en slagerijen, op markten en aardappelschuiten, in ateliers en op lingeriefabrieken, in verre huizen, waar Jordaanmeisjes dienden en in die, waar vrouwen uit schoonmaken gingen. Op de Lindengracht en in de dwarsstraten waren het alleen de stok-doove oudjes en de kleine kinderen, die nog niet wisten dat de broer van Tante Jans en zijn maat van plan waren, een kraak voor de jen te zetten bij Linken Gerrit en hem een pak slaag te geven. Frans en Wim konden nu in géén kroeg meer rustig hun potje bier drinken. Als één bezoeker hen maar herkende, moesten ze het plan wijdloopig vertellen en dan kwam er geen eind aan de raadgevingen, die anderen hun opdrongen. Dagen vooraf werd er al gekheid om gemaakt, als om den grootsten bak, die nog ooit in de Jordaan geleverd was en eindelijk ontzagen de grappenmakers zich niet, er over te lachen en te schertsen, waar Gerrit zelf bij was. Maar, daar niemand de grap bederven wou, werden er geen namen genoemd. Gerrit lachte dus even hard als de anderen en hield ie zich, of hij op een haar wist, op wien de geschiedenis sloeg.

—    Salie me d’r eentje een linke bak lefere, waar se ooge scheef fan komme te staan, pochte hij tegen Tante Jans, toen hij thuis kwam.

Ze schrok, dacht dat haar plan verraden ws en dat Gerrit haar eerst wat wou plagen, voor hij haar afranselde.

—    Waar hei je ’t of er. ’k Mag sterfe as ’k weet wat je bedoelt.

Gerrit zette een uitgezocht leep gezicht.

—    Gaat je ook net niks an. Feuls te link foor wijfe, die fermassere de keet maar.

Nog niet heelemaal gerust, ging ze den volgenden ochtend naar haar moeder, in de Anjeliersstraat. Ze vroeg Frans, of hij al wist dat Gerrit de zaak door had.

—    Hoezoo? vroeg de jongen.

—    Hij lult ofer niks anders.

Frans brulde het uit.

—    De heele bijs lult over niks anders, stelde hij haar gerust. Laat hem maar zoo jengelen, hij weet toch niet wie het aangaat.

—    Best mogelijk, maar dan moest je toch foort make, foor dat ie ’t dóór hêt. Wanneer salie me ’t nou hebbe? De gijn mot niet soo lang meer dure.

—    Vanavond, of morgen misschien, zei hij, onzeker. Als we het

284

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.