voor bepaalde districten en secties. En dan komt het er op aan, de kiezers wakker te houden met manifesten en vergaderingen, op pleinen en terreinen, in parken en bosschen, in schouwburgen, zalen en café’s.
— Zoolang we nog geen krant hebben, kunnen we op zijn best met halve kracht werken, zei Max nu.
— En in het allergunstigste geval, kunnen we pas over twee maanden draaien, antwoordde Bouwer, spijtig. Dat is een leelijke tegenvaller.
— Zouden we dan niet tijdelijk een pers kunnen leenen? vroeg Max.
— Kerel, daar zeg je wat. Voor geld en goede woorden krijgen we natuurlijk alles gedaan. Bel morgenochtend de directie van het Groote Dagblad op en spreek af, voor een conferentie. We zullen een pers en een zetmachine huren of pachten en desnoods koopen, maar een krant moéten we hebben. Als we willen, hebben we morgen een dubbelen redactiestaf met medewerkers voor alle branches. Ja, drommels, iemand sprak me van de week over dien vriend van jou, die Giel Berends.
— Mijn vriend? vroeg Max, verbaasd. Hij is een kennis van mijn zuster, en die verbeeldt zich nog wel fasciste te zijn.
— Hindert niet, héél goed, juist goed. Allicht is ie een graad fatsoenlijkér, dan die viezerik Van der Voorde. Die broer had de boodschap achter gelaten dat, als ik hem wéér spreken wou, ik hém kan opzoeken. Nou, hij kan me krijgen. Ik moet toch eens gaan zien wat dat voor een sjap is. Als ie zoo knap is, als ze me in Leeuwarden vertelden, kan ie met plezier de letterkundige afdeeling voor zijn rekening krijgen. Een slag in het aangezicht van Sauerman, zou Boutelje zeggen. Die heeft zich met zijn weggetrapte burgerjongetjes leelijk in de kaart laten zien. Snap jij nou, dat ze dien kerel nog steeds niet op pensioen hebben gesteld, wegens ongeneeselijke slaapziekte?