dagblad, tegen hem, zelfs onder zijn trouwste medestanders weifelaars kon hebben gemaakt. Daarom verwonderde het hem niet, geen onverdeelde instemming te bekomen.
— Hoogstwaarschijnlijk wèl, antwoordde hij. Tenminste, als we eendrachtig blijven.
— En als die punten nu eens bij de arbeiders zelf geen instemming vinden, of, als wij ze niet tegenover hen kunnen verantwoorden?
Bouwer haalde minachtend de breede schouders op.
— Ik blijf er voor vechten, al laat jullie me allemaal in den steek, antwoordde hij, op kalmen toon. Zijn de Verkiezingen ons gunstig, dan probeer ik het langs demokratischen weg. En... . zijn ze het niet.... dan op andere wijze.
Er verhief zich luid rumoer, hetwelk leidde tot een druk debat. Eenige propagandisten wilden in elk geval de gelegenheid open houden tot een vergelijk met de Partij, maar Hoekstra en Wieler kwamen daar heftig tegen op. Hoekstra vertelde, er nu zekerheid van te hebben, dat Bree-baart hoofdaandeelhouder was van een asfalteeringsmaatschppij, aan welke, gedurende de laatste jaren, bij voorkeur de straatwerken der gemeente werden opgedragen. Hoe zou de corruptie ooit met resultaat bestreden kunnen worden, voegde hij er aan toe, als men de belanghebbenden toestond, opnieuw aan het laadje plaats te nemen. Van der Ven, een der leiders van de Gemeente-beambtenbond, betoogde nu dat de Dikke in elk geval een zeer hoogstaand man was, waarop zulk een luid gelach volgde, dat hij verschrikt zweeg. Een voorgelezen verklaring van Wieler, waarin het volste vertrouwen in Bouwer werd uitgedrukt, werd echter aangenomen, met twee blanco’s en twee stemmen tegen. Daaruit begreep de leider, dat de actie van het partijblad eenige eertijds overtuigde medestanders tot weifelaars had gemaakt. Hij schudde onverschillig het hoofd, toen hij het resultaat der stemming opnoemde.
Nu begonnen de discussies over de samenstelling der kandidatenlijsten, voor de Tweede Kamer. Bouwer leidde ze, maar bemoeide zich er niet mee. Het was hem onverschillig, wélke namen op die lijsten zouden komen. Hoe langer hij er over dacht, des te sterker voelde hij de aanstaande verkiezingen aan, als een voorwendsel voor zijn geweldige actie, in het land en als niéts anders.
Eindelijk werd besloten dat het opmaken der definitieve lijsten zou worden overgelaten aan de plaatselijke en gewestelijke bestuurdersbon-den, die het Verbond vertegenwoordigden en steeds meer in de plaats kwamen van de afdeelingen en federaties der Partij. Allen, behalve Koch, vertrokken nu, om de districtspropaganda in te zetten.
— Jij moet probeeren, je geheel in Hellinga’s taak in te werken, zei Bouwer, tegen hem. Zoodra de redevoeringen van de drukkerij komen, moeten ze naar alle steden worden doorgestuurd, met kantteekeningen
*77