Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



ons uit te spelen; of eigenlijk, tegen mij. Nu, ik zal toonen dat ik gereed sta. Ga nu maar.

Hij ging naar zijn privé-kantoor, deed de deur op slot en nam de microfoon van het toestel af. Toen opende hij behoedzaam Hellinga’s brief.

Hij was groot, acht bladzijden en scheen hem toe een soort geestelijk testament te zijn. Geen bitter woord, geen schaduw zelfs van verwijt of klacht, stond er in. De brief was méér dan een uiting, van Frits. Hij was als Frits Hellinga zelf; sober, eenvoudig en vol overgave.

..........en omdat zij blijkbaar het meest van jou houdt, laat ik Mea

aan jou over. Indien ze voor jou kan zijn, wat ik gehoopt had dat ze voor mij zou wezen, dan zal jullie liefde je sterken en verheffen, voor onzen strijd. En, mocht het naderhand blijken, dat ze haar liefde voor jou niet beantwoord ziet, als zoo’n groot en innig gevoel waard is, dan hoef ik de teleurstelling daarvan tenminste niet meer te ondergaan. Er is een grens aan wat één mensch verdragen kan, en die heb ik bereikt. Daarom ga ik heen, en zonder spijt..........

.......ik hield veel van je, Willem en ik hou nog van je. Daarom

ook klaag ik niet, verwijt ik je iets niet, wat voor mij heel begrijpelijk is. Mijn leven was één doorloopende, bijna ononderbroken teleurstelling en deze ervaring hoorde er bij. Mogelijk kwam mij geen geluk toe en was het mijn lot, te werken, te geven en onder te gaan. Maar ik klaag niet. Ik heb eenige maanden geleefd in een machtige extase, van drievoudi-gen aard. Ik mocht mijn heele werkkracht geven aan ons doel, zonder de wurgende hand van het gebrek, die mij altijd bij de keel heeft gehad, te voelen; dat had ik jou te danken. Ik geloofde in de liefde van een meisje, voor welk mijn heele wezen van teerheid was vervuld. En, ik bezat de vriendschap en het vertrouwen van een man, die in vele opzichten ver boven anderen uitreikt. Dat was véél, zeer veel en zoo’n geluk kon niet lang duren..........

Kloppen op de deur wekte hem op, uit zijn gepeins. Verschrikt het hoofd oprichtend, staarde hij op de groote kaart van de hoofdstad, aan den wand, waaraan hij, met Hellinga, gewerkt had.

—    Het leven roept, de levenden roepen, mompelde hij.

Hij opende de deur. Mea kwam binnen, trok hem naar zich toe, zoende hem.

—    Je telefoon werkt niet. O, je hebt....

Zachtjes maakte hij zich vrij.

—    Ik heb te doen, Mea.

Tranen kropen uit haar oogen.

*73

18

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.