dat pas. Jij en ik... . wij samen... hebben hem.... vermoord.
— En dat is al een week geleden? vroeg Wendelaer, verbaasd. Kom, je beeldt je wat in. Wat heeft dat gesprek nu met zijn dood te maken?
— Een heele boel . . alles. Ik ben er weer geweest, kom er net vandaan. Zijn hospita zei, dat hij al een dag of zes te ziek was om te werken. Dat is dus.... sinds ik hem gesproken had.
Een aantal mannen kwam tegelijk binnen. Sauerman en andere redacteuren, Jacob Goudeket en nog eenige gemeenteraadsleden. Toen Colter opnieuw zichzelf beschuldigde, drong Sauerman er op aan, dat hij verder over die kwestie zwijgen zou. Wat ook de strekking van zijn gesprek met Hellinga was geweest, het kon onmogelijk eenig verband hebben met diens daad van dezen dag, zei hij. Bovendien was Hellinga ambtenaar aan het Verbond. Als iets of iemand zich daarom zijn zelfmoord moest aantrekken, dan was dat het Verbond of Bouwer. De Partij stond er absoluut buiten.
Kaufmann knikte instemmend en stak geestdriftig den vinger op, als viel hem een uitstekende gedachte in.
— Dat zie je heel goed in, zei hij. Dat is het standpunt dat wij in dit geval hebben in te nemen en dat moeten we meteen naar voren brengen. Vanavond spreek ik toch voor Afdeeling Acht; dan kan ik nog net een zinnetje over die kwestie in mijn rede voegen. Dan laat ik het publiek opstaan, dat slaat altijd in. Als we de zaak met overleg aanpakken, zit er prachtig propagandamateriaal in.
Sauerman, hoewel eerst met verwondering naar hem luisterend, knikte dra instemmend. Colter en Goudeket protesteerden verontwaardigd. Wendelaer schudde ongerust het hoofd.
— Hij ook al, na Colter, mompelde hij. Hij is te veel onder den indruk, het slaat hem naar het hofd. Ga naar huis, probeer er niet aan te denken. Het eenige wat we voor Hellinga kunnen doen, is immers er eerbiedig over te zwijgen. Hoe krijg je het in je hoofd, zoo’n ontzettend geval als propaganda tegen het Kapitalisme aan te wenden?
Hij legde de hand op Kaufmanns schouder, maar deze weerde hem rustig af.
— Maak je om mij maar niet overstuur, zei hij, ironisch. Heb ik één woord gesproken over Kapitalisme? Ik bedoel propaganda tegen Bouwer en zijn idiote actie. Hij geeft ons immers in een half jaar méér te doen, dan het Kapitalisme in een eeuw.
Sauerman knikte nog eens, bij wijze van instemming en ging toen naar zijn bureau. Hij droeg Van der Voorde op, zoo spoedig mogelijk portretten in handen te krijgen van Hellinga, Bouwer en Mea. Toen schreef hij haastig een hoofdartikel, over het geval. Dit kwam wel te laat voor de post-editie, maar in de stads-uitgave kon het nog de plaats van een andere bijdrage innemen.
166