Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Ze liep ruggelings terug, knippend met de oogen. Dan beefde ze, brak ineens in huilen los. Ze ging zitten, bukte het hoofd.

Max voelde de tranen in zijn oogen dringen, nu zij zich niet vermannen kon. Maar hij kneep zijn vuisten dicht, wou sterk zijn. Zoolang Bouwer afwezig was, had hij diens taak waar te nemen. Hij mocht zich niet overgeven aan zijn verdriet om den dood van één, nu een groote massa levenden recht op hem had.

Apart van andere poststukken lag een telegram van Bouwer en een dichtgelakte brief, die voor hem bestemd was. Max kende het handschrift; van Hellinga. Hij borg den brief in een la en stak den sleutel in zijn zak. Toen zocht hij naar het adres van Hellinga’s familie.

Hij blikte naar Suze. Ze zat daar nog, het lichaam doorschokt van snikken. Zacht op haar toe loopend, streelde hij haar haren.

—    Zal ik moeder Kooymans. . . . ? vroeg hij aarzelend.

Op haar heftig hoofdschudden onderbrak hij.

—    Bouwer. . . . moet het weten, zei ze. Tilburg. . . . Volksge-bouw. . .

Hij liep naar haar kantoor, gaf telefonisch twee telegrammen op. Een voor Hellinga’s oudsten broer in Den Haag en een voor Bouwer.

De tijding van Hellinga’s zelfmoord verbreidde zich snel door de stad. Arbeiders en Partijgenooten, die er iets van opvingen, op straat of in de trams, belden het Verbondsbureau of het Partijdagblad op, om te infor-meeren of het praatje waarheid inhield.

Kaufmann was met Wendelaer in gesprek, op diens kantoor, toen Bogaerts plots binnen kwam, met de tijding. De propagandist voelde een schok door zich gaan. Als een bliksemfilm doorleefde hij opnieuw zijn gesprek met Hellinga; wéér greep de smart, die den jongen man, toen hij hem aangaande Mea inlichtte, overweldigde, diep in zijn gemoed. Wroeging beet fel in hem; hij wist, hij was medeschuldig aan dit vree-selijk einde, zoo hij al niet Hellinga’s moordenaar was. Hij toch had, koelbloedig, het waas van romantiek, dat de oogen van dien droomer benevelde, verscheurd en hem de wreede werkelijkheid doen zien.

Wendelaer en Bogaerts, spoedig bevangen van hun betere gevoelens, bukten verslagen het hoofd, zeiden zacht woorden, die hun medelijden uitdrukten. Wendelaer zag in Hellinga zichzelf, twintig jaar geleden, en in Bob huilde de vrees, dat hij ook eens in de verzoeking kon komen, te doen als deze, indien Elly haar koelen toon bleef handhaven, jegens hem.

Zoo aan zichzelf overgelaten, gelukte het Kaufmann zonder moeite zijn ontroering te onderdrukken. Maar de gedachte dat hij in zeker opzicht schuldig was aan den dood van den jongen idealist, liet zich niet verdringen, uit zijn brein.

264

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.