— Een spoed-telegram, Bouwer, een uur geleden gekomen, zei hij. Willem scheurde het open. Mea keek er naar, gaf een gil.
— Frits is het!
Bouwer las .
Hellinga plotseling overleden. Je terugkomst noodzakelijk.
Branders.
— Mijnheer Hellinga had me weggestuurd, met een brief die dadelijk gepost moest worden, zei de oude weduwe bevend, tegen den politieagent, die in haar woning op haar wachtte.
Frits Hellinga had een kamer van haar in huur, met ontbijt. Zijn andere maaltijden gebruikte hij gewoonlijk buitenshuis. Hij sprak weinig, maar last had ze ook maar weinig van hem gehad, vertelde ze. En nu ineens dit. Dat had ze nooit van hem gedacht.
Een buurvrouw had het schot gehoord en daarna een val. Ze was de straat opgestoven en had den eersten agent dien ze zag meegenomen. Deze was de woning binnen gegaan en had Hellinga op den vloer van zijn kamer zien liggen. Hij bloedde uit een klein gaatje, aan zijn slaap; naast hem lag een revolver. Dit vertelde hij de oude vrouw, die al maar het hoofd schudde. De buurvrouw zei haar, dat haar zoontje meteen was weggehold, om een dokter te halen.
— Kom even binnen mensch, zei ze medelijdend, helpen kan je toch niet en het zal toch wel te laat zijn.
Ze duwde de oude vrouw haar kamer binnen.
Drink een glas water, of zal ik even een bakkie koffie zetten? Maak je maar niet overstuur, want het was z’n eigen wil. En ziek was hij óók al, niet?
— Ziek en niét ziek, antwoordde de weduwe. Hij bleef al een dag of zes thuis, maar ik mocht geen dokter halen. En véél had dat toch niet gegeven, want hij bleef geen een dag te bed. Niets dan opstaan en schrijven of heen en weer loopen. Daarom dacht ik ook, misschien ben je niet eens ziek, maar wel rilde ie over ze heele lijf, bij zijn petroleumkacheltje. Als ie in zijn bed was gebleven, was d’r misschien niets met ’m gebeurd. Wat moet ik nu beginnen? Als de politie mij maar niet de schuld geeft; ik ben maar weduwe.
— Mensch, je was immers geeneens thuis, toen ie zich verdeed. Hoe kan je er dan de schuld van krijgen? Heeft ie heelemaal geen familie?
De dokter kwam, constateerde den dood. De buurvrouw raadde de hospita aan, naar het kantoor te telefoneeren, waar haar huurder in betrekking was, om te vernemen waar zijn familie woonde. Ze stuurde
261