— Bang, groote meid, mopperde hij, onder het uithalen voor een kinderwagen. Voor wièn en voor wat?
— Wist ik het zelf maar. Ik heb een angstig voorgevoel. Dat k&n toch.
Hij haalde ongeduldig de schouders op, zweeg het verdere van den tocht. In het hotel bestelde hij direct wat te eten.
— Nu al? vroeg ze. Het is pas een uur of vier.
— Ik heb honger en over een uur ga ik naar Tilburg. Hoekstra wacht me, in het Volksgebouw. We hebben een conferentie met een katholieken bond.
— Dan zal ik maar vast mijn boeltje in den wagen leggen. Moet je de post nog inzien.
— Ja graag. Leg alles een beetje op volgorde, de rapporten boven op. Dan mag jij op den weg chauffeeren, terwijl ik lees; misschien knap je er een beetje van op. Maar telegrafeer eerst naar Amsterdam, dat ze spoedzaken naar Tilburg seinen. Je kan nooit weten.
Mea knikte lusteloos en ging. Er werd voor Bouwer een kouden maaltijd opgediend en hij at met smaak. Na een half uur zocht hij Mea in haar kamer op.
— Ik ben met alles klaar, zei ze, zenuwachtig. Laten we nu maar meteen vertrekken.
— Opeens zoo haastig, Mooie Mea? schertste hij.
— Ja, laten we gaan. Je weet dat ik me ongerust voel. Hoe gauwer we daar zijn, des te eerder kunnen we naar Amsterdam.
Getroffen door haar zachte stem, sprak hij niet meer tegen. Ze zag bleek, had lijdenskringen onder de oogen, bemerkte hij nu. Om haar zoo veel mogelijk tegemoet te komen, maakte hij zich per telefoon van een samenkomst af, die hij vooraf had willen waarnemen en zette zich aan het stuurwiel.
Laat in den avond kwamen ze in Tilburg aan. In de straat van het Volksgebouw was drukker toeloop van menschen dan gewoonlijk, bemerkte hij. Voor het bureau van een plaatselijk blad hingen bulletins en een krantenjongen schreeuwde zijn nieuws uit, dat blijkbaar indruk maakte, op het publiek.
— Versta jij hem, Mea? Wacht, ik koop er een.
Hij minderde vaart, hield in en luisterde opmerkzaam.
Extra Tijding! Zelfmoord van een arbeidersleider! Leest. . . .
Hij rilde, maakte een beweging. De wagen schoot voort, tusschen de haastig opzij-vluchtende menschen door.
De waard van het Volksgebouw kwam hem aan de deur tegemoet, een telegram in de hand.
260