Om de macht

Titel
Om de macht

Jaar
1931

Pagina's
439



Verbond en Partij. In dien zin schreven er nog meer en daar buiten kwam met elke bestelling nieuwe post aan. Echter, géén brief, géén letter zelfs, van Frits. De dagelijksche rapporten van het Bureau waren alle door Suze onderteekend.

Met een paar dagen verkeerde haar verbazing in onrust. Dat plotseling zwijgen van Hellinga prikkelde haar en nog wel te meer, waar dat juist nu plaats vond. Voor het eerst sinds maanden, namelijk, maakte Bouwer een reis zonder haar en zag ze hem eenige dagen achtereen niet. Ze schreef Suze een briefje, naar haar woning, zinspeelde daarin, in voorzichtige termen, op de ruzie met Colter en vroeg haar of er iets met Frits gaande was. Toen ze anderhalven dag later daar nog geen antwoord op had en Bouwer haar telegrafisch zijn terugkomst meldde, kon ze zich niet bedwingen, Suze om antwoord te telegra-feeren. Ze had een plotselinge ingeving, alsof ze moést weten, wat de reden van Frits’ zwijgen was, vóór Bouwer terug kwam.

Het, vooruit betaald, antwoord, ontving ze eenige uren na verzending van haar telegram.

Hellinga ziek; brief volgt.

Suze.

Ze haalde Bouwer met de auto van het station af. Ze zoende hem zenuwachtig en liet hem dan Suze’s telegram lezen.

—    Arme kerel, zei hij, eenvoudig. Bepaald een beetje kou gevat. Het zal wel een kleinigheid zijn, want we kunnen hem nog niet missen, voegde hij er, schertsend, aan toe.

Dan, verbaasd dat ze niet sprak, wendde hij zich tot haar.

Als je me nou? Huil je omdat de jongen verkouden is?

—    Ik huil niet, ik ben bang, zei ze, zich dicht tegen hem aandringend.

Een vrachtwagen, uit een dwarsstraat komend, noodzaakte hem te stoppen. Hij liet het wiel los en greep haar hand. Haar ernstige toon trof hem. Zoo had hij haar nog maar zelden hooren spreken.

—    Bang? vroeg hij, niettemin een beetje minachtend, jij bang?

—    Eigenlijk ben ik nog méér ongerust. Ik weet het zelf niet.

—    Ik weet het al, heimwee, schertste hij. Hij reed weer verder. Dan maar opgemarcheerd, naar huis, meisje, zei hij, met vriendelijken drang.

—    Gaan we samen?

—    Ónmogelijk. Als ik eenmaal in Amsterdam ben, kom ik er de eerste week niet weer uit en ik moét vooraf nog Hoekstra en Wieler spreken. Men kan niet alles schriftelijk doen. Ga maar vooruit.

—    Nee, met jou, of heelemaal niet. Ik ben bang, heusch, ik ben bang.

*59

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.